Een dynamische boerderij

Wat is nou eigenlijk biodynamisch? Ik ben er nog lang niet achter. Op onze biodynamische opleiding krijgen we enerzijds les over biologisch landbouwkundige zaken, zoals bodemvruchtbaarheid, bemesting, vruchtwisseling, teeltplannen, wat een koe nodig heeft om goede melk te geven, hoe je bomen snoeit en dergelijke. Nuchtere feiten. Anderzijds gaan we in op energie voelen, zaadjes aandacht geven, jezelf en je gedachten waarnemen. Aan die aspecten zijn we nog mondjesmaat blootgesteld: we zijn vooral veel kennis aan het opzuigen.

Steiner

Hoewel ik biologisch wil leren boeren, had ik, voordat ik naar de Warmonderhof ging, besloten ook voor het ‘dynamische’ open te stellen, wat het ook mocht zijn. In Rudolf Steiner, de grondlegger van het hele gebeuren, heb ik me nog niet verdiept. Ik snap nog niet hoe hij aan al zijn kennis over gezondheid, landbouw en onderwijs kwam. Een allesweter als hij maakt me wel wat wantrouwig.

Idealisme

In een boek over de geschiedenis van de biodynamische landbouw in Nederland, De aarde zal weer vruchtbaar zijn, geschreven door Ellen Winkel, kwam ik veel idealisme tegen. En mensen die heel hard hebben gewerkt om dat idealisme gestalte te geven. Op dat gebied is er nog niet zoveel veranderd, lijkt het. Het viel me ook op dat de auteur laat zien dat de biodynamische wereld al in het begin van de 20ste zich druk maakte over het gebruik van kunstmest. Ik dacht dat chemie en kunstmest pas vooral na de Tweede Wereldoorlog een vlucht hadden genomen.

Levend wezen

In onze lessen over gezonde voeding kwamen er naar mijn smaak veel te veel aannames en cirkelredeneringen voor om aan te tonen dat biologische, en biodynamische voeding helemaal, veel gezonder zou zijn. Maar bij de biodynamische benadering van het boerenbedrijf voel ik me wonderwel thuis. Een dier, maar ook planten en de bodem, als een levend wezen benaderen? Je bedrijf inrichten als een organisme, met organen die samen een geheel vormen? Het lijkt mij heel erg logisch. Ik kán een plant niet eens anders zien en de bodem ontdek ik nu ook werkelijk als bron van leven. Ik heb echt zin me daar meer in te verdiepen.

Wordt de bodem vanzelf gezond?

De benadering van de opleiding ben ik me al aan het eigen maken. Ik merk het aan de interactie thuis. Mijn lief heeft levenslange ervaring als landbouwer. Die hoef ik niets te vertellen. Maar als het om een biologisch boerenbedrijf opzetten gaat, wat voor mij natuurlijk eigenlijk onbegonnen werk is, let hij op andere dingen. Hij zet zijn bedrijf voort. Hij houdt van improviseren. De bodem wordt vanzelf gezond, denkt hij. Of die is het al, kijk maar naar de goede pompoenenoogst die van het biologisch land af komt. Ondertussen denk (en zeg) ik op basis van de lesstof: er zal toch echt veel meer organische stof (plantenresten) in moeten. Daar moet je actief aan werken. En hoe houden we de stikstof vast? Zo heb ik talloze vragen, maar lijk ik ook al wat opvattingen te gaan vormen.

Stof tot praten

Het irriteert hem een beetje als ik met de voor mij nieuwe ontdekkingen thuis kom en die probeer te projecteren op de toekomst van ons bedrijf in oprichting. Over de ziel van een plant of de bodem heb ik het dan nog niet eens. Maar goed, ik snap dat een old crack wel kan struikelen over het ‘jeugdige’ en misschien ook wat naïeve enthousiasme van de stadse die de op mbo-niveau 2 leert om medewerker biologische landbouw te worden. Maar we hebben voorlopig voldoende stof om samen over te praten. Het leven hier op de boerderij wordt nog veel dynamischer!

Laptop verdrijft mijn stagiaire-gevoel

Je bent 54 en je wilt wat en dan ga je een nieuwe opleiding doen. Geen betere remedie om je weer JONG te voelen. Jong van geest, bedoel ik dan. Als stagiaire moet ik voor mijn gevoel door het stof: ik ben een groentje, ik kan niks, ik zie niks, ik heb geen inzicht en de boer moet mij dan tóch weer zeggen: ‘Hé, die ene kist staat dwars gedraaid!’ Deze week is het me zelfs overkomen dat ik op de wagen achter zo’n kist stond, het desondanks niet zag en aan een andere kist ging sjorren. Dan lacht de boerin gelukkig heel hartelijk!

Het is dat ik al wat levenservaring heb en het over me heen durf te laten komen. Maar een gelukzalig gevoel krijg ik er níet van. Het werk dat ik nog steeds doe – kolen in kisten leggen – is simpel. Maar ik heb er geen talent voor en leer langzaam.

Gelukkig is manlief er nog. Eergisteren kwam hij van een vergadering thuis en bleek zijn laptopscherm ineens het beeld op de kop te hebben. Op mijn Phone zocht ik en vond direct een manier om met CTR-Alt, nog een toets en de pijltjestoetsen het beeldscherm weer normaal te krijgen. Hij blij!

Gisteren kwam ik met pijn in mijn rug thuis van het kolen oogsten. ‘Mijn laptop is helemaal niet goed’, zei Piet met wanhoop in zijn ogen. Een tijdje terug is hij het ding wegens reparatie bijna twee weken kwijt geweest. ‘Wat is er?’, vroeg ik. ‘Mijn mailprogramma is weg, ik kan niet meer typen en internet is ook foetsie.’

Na het eten, dat hij me hoffelijk had voorgezet, ging ik achter de laptop zitten om te puzzelen. Piet wilde dat ik ermee ophield. Maar ik moest en zou het voor elkaar krijgen. Na een half uurtje was het zover: ik had alle instellingen teruggezet. Die maakten Piet zijn eigen acties van eerder die dag, waarbij hij in paniek haast alle programma’s van zijn laptop had verwijderd, ongedaan.

Geen groter cadeautje op een mistige, sombere dag als deze, waar ik als stagiaire weliswaar de stageboeren uit de brand had geholpen, maar me meermalen een sukkel had gevoeld. Ik had een superblije echtgenoot én weer zelfvertrouwen dat ik beter dan de boeren ben in de automatisering. En dat is óók heel belangrijk in het boerenbedrijf!

Een eerste les: geld verdien je door het niet uit te geven

Zo! De eerste twee lesdagen op Warmonderhof zitten er op. Vol verwachting reed ik in mijn Peugeootje richting Dronten op maandagochtend, in de spits. Nog wat onwennig verzamelde de groep zich aan de grote koffietafel, in wat als kantine dienst doet. Zo’n 28 personen van allerlei leeftijden en achtergronden. We zijn nu minder onwennig en weten wat ons te doen staat: stage lopen, opdrachten doen, altijd op school verschijnen, de tafel afruimen na de heerlijke lunches en diners. Ondertussen hebben we veel lessen gehad: over grondsoorten in Nederland en hoe die zijn ontstaan. We hebben erven van boerenbedrijven bekeken op hun samenhang. We hebben gehoord dat je op biologisch-dynamische bedrijven net zo goed overspannen kan raken. We hebben onze kennis van de fysiologie en vermenigvuldiging van planten behandeld. We hebben twee koeienschuren bekeken en van alles gehoord over waarom maïs slecht zou zijn voor koeien. En dat de investering voor zo’n stal normaal gesproken zo’n 5000 euro per koeplaats bedraagt, maar dat het ook met veel minder kan, onder het motto ‘Hoe verdien je geld? Door het niet uit te geven!’ En dan was er ook nog een avondlezing van een biologische imker, die uit de doeken deed dat biologisch certificeerder SKAL biologisch imkeren niet zo makkelijk maakt. We sliepen in stapelbedden, ontbeten al om half acht, en zijn twee dagen zeer intensief beziggehouden. Het gekke is: ik ben niet eens moe. En dat is maar goed ook! Want ik moet nu als een idioot mijn verplichte stage-uren gaan maken. Zeker twee dagen in de week, of anders ook in de schoolvakanties. Ik zat er al wat over te piekeren op de terugweg. Want het regende enorm en ik vroeg me af of mijn stageboeren überhaupt de groenten nog wel van het land krijgen, want het is zo vreselijk herfstig en nat. En ik heb nog nauwelijks uren gemaakt. Toen ik thuiskwam, bleek de boerin al gebeld te hebben – wat een geluk bij een ongeluk (ik was mijn mobiele telefoon vergeten mee te nemen naar Dronten). Morgen om kwart voor acht sta ik op haar erf, wat ik overigens ook moet gaan bestuderen op samenhang. Ze heeft een regenbroek en regenjas voor me. ‘Kleed je liever maar te warm aan dan te koud’, zei ze moederlijk. Dat ga ik doen.