Als een boer niet klaagt…

‘Als een boer niet klaagt, dan is hij ziek.’ Een oud spreekwoord. Is het waar, of niet?

Fosfaat en stikstof

Nu, er zijn boeren die altijd klagen en mopperen en er zijn er die het minder doen. Ik heb me wel eens verbaasd over al dat gemopper. Maar als boerin-in-opleiding krijg ik er ook een toenemende behoefte aan. Zo probeer ik de afgelopen dagen zicht te krijgen op hoeveel mest die een vleeskip produceert, hoeveel stikstof en fosfaat daar in verdwijnt en hoeveel de kip van die stoffen binnenkrijgt. Nergens, maar ook nergens heb ik een overzicht kunnen vinden. Met cijfers die ik overal vandaan heb, kom ik er op uit dat vleeskippen via het voer een veelvoud stikstof en fosfaat binnen krijgen ten opzichte van die in de vastlegging in vlees en mest. Er moet iets niet kloppen in mijn berekeningen, maar ik kom er niet achter.

Brief en bekeuring

Ik heb vijf dagen achtereen gebeld met een instantie die me informatie moet geven over het instandhoudersrecht. De vijfde dag, vandaag, kreeg ik de dame die er over zou gaan aan de lijn. Die verbond me door met een andere afdeling waarvan de desbetreffende official mijn vraag evenmin kon beantwoorden. Nu ben ik een mail aan het opstellen waarin mijn vraag puntsgewijs wordt uitgelegd. En dan de gemeente. Die komt maar niet over de brug met een brief waar we al vijf weken op wachten. ‘Dat moet je zelf eens doen!’, ga ook ik dan denken. Bekeuring hier, boete daar, ernstige vertraging…

Zelf mopperen

Deze week heb ik lekker zitten mopperen met twee oudere bioboeren na een overigens zeer interessante lezing van Rene Groenen van De Groenenhof over zaadvaste rassen. Dat zijn planten die hun eigenschappen behouden als je het zaad ervan wint en weer uitzaait. Steeds meer zaden zijn hybride: vader en moeder van de zaadjes zijn geselecteerd op bepaalde eigenschappen, na kruising heeft de nakomeling gewenste eigenschappen, maar diens zaad is onvruchtbaar of geeft zeer rommelige nakomelingen. Dat alles in het belang van de multinationale zaadhandel, want je moet elk jaar nieuw zaad kopen.

Jagers en verzamelaars

Het gemopper met de beide heren nadien was erg vermakelijk. De een kwam er al snel op uit dat alles mis is gegaan toen we van jager-verzamelaar overgingen op landbouw. Hadden we nooit moeten doen. We zijn de wereld gaan overbevolken, de natuur gaan ruïneren en elkaar dwars gaan zitten. De ander zag het omslagpunt in de jaren zeventig liggen. Eigenlijk vormden die in onze beschaving een soort hoogtepunt, daarna raakten  we steeds dieper verstrikt in het het strakker wordende web van de bureaucratie en multinationals die de dienst uitmaken. 

Lachen om jezelf

Waarom toch dat gemopper? Het moet een soort uitlaatklep zijn. Als je het niet doet slaat de ellende naar binnen en raak je burn out. Gelukkig konden we hartelijk lachen om onszelf. Dat moet ook, de wereld draait door en je moet er je eigen plaatsje in vinden. Zo werd na al mijn gereken en andere muizenissen mijn dag gisteren goedgemaakt door de heerlijke oude rassen appels die een pomoloog uit de buurt me had geschonken, en waar ik een Piemontese appeltaart van bakte. En ’s avonds verblijdde Piet me met een van onze kippen die haar onvrijwillige levenseinde had bereikt. Ik heb haar en hem bedankt door het kipje te bereiden in rode wijn, met verse zelf geteelde kruiden uit de tuin en uien van de buurman. Stikstof en fosfaat bestaan dan even niet meer.

Dwalen in Dronten

Ik voel me er al een beetje thuis. Wie had dat ooit verwacht? Flevoland, het saaie nieuwe land… leeg en strak, rare wegen die in vierkanten gaan. Vorig jaar kwam ik alleen in Dronten voor de lessen op Warmonderhof, tweewekelijks twee dagen. Maar ach, de enige uitstapjes die ik er maakte was naar de Landbouwhogeschool (CAH Vilentum, in moderne taal), op bedrijfsbezoek bij een enkele boer, een afleveradres voor onze Fries-Groninger witte klaver en de aanschaf van een of andere voor de bioteelt geschikte machine.

Marianne Thieme en Evelina’s

2-11-16-dronten-boomgaard

Oogst in de Warmonderhof Boomgaard

Dit jaar is alles anders. Ten eerste bezocht Marianne Thieme CAH Vilentum. ‘In het hol van de leeuw’, zei de inleider nog. Omdat het format niet toestond dat we vragen stelden, viel dat mee. Ten tweede bleef ik sinds september in de lesweek nog twee of drie dagen extra in Dronten om kennis te maken met de fruitteelt. In de Boomgaard van Warmonderhof, nu eigendom van een grote biologische akkerbouwer, heb ik appels geplukt. Gezellig werk met veel wat oudere plukkers. Het was prachtig weer als ik er was: zacht. Soms moesten we alles wat rood en groot was, soms alles van de bomen halen (laatste pluk). Santana, Topaz, Evelina en een bestuiver die geheimzinnig ‘251’ genaamd is. Ik zie de logistiek voor me, heb zelfs wat bestellingen mogen klaarmaken en snap wat er nodig is aan menskracht en hulpmiddelen om de boel gesmeerd te laten verlopen.

Kwalitaria en Rederijkers

De avonden moest ik zien door te komen. Zo ging ik een keer ‘eten’ bij de Kwalitaria, vlak naast de Meerpaal, die ouderen onder ons nog wel kennen van Ria Bremer’s ‘Stuif ’s In’. Vreselijk vond ik dat programma als kind, maar ja, er was niks anders op tv. De Meerpaal en de Kwalitaria liggen beide aan een rechthoekig plein, vernieuwd en erg nietszeggend. De wat smoezelige pizzeria achter dat plein bakt gelukkig heerlijke pizza’s. Daarnaast heb ik heb enkele mensen opgezocht die ik kende van een lezing die ik twee jaar terug hield voor de Drontense Rederijkers. Alleraardigste ontmoetingen. Een stel noodde me uit voor de stamppot boerenkool, wat zeer gastvrij was. Ik ontmoette bij hen nog een oude voorlichter, die in de jaren 70-80 mijn schoonvader nog heeft geadviseerd over de akkerbouw. Deze heer was afgelopen zomer in zijn oude werkgebied op vakantie geweest en kent werkelijk elke boerderij op ons mooie Hogeland. We namen alles en iedereen door, en ik voelde me thuis.

Lekker efficiënt

Geplukte appels

Geplukte appels

Als ik ’s ochtends ging appels plukken, schenen de vierkante wegen me niet onaardig toe in het heiïge ochtendgloren. Lekker efficiënt voor een arbeider in de landbouw. Ik was blij dat ik kon gaan werken, anders had ik me verloren en misplaatst gevoeld. Dat rechte… Ik moest verschillende keren denken aan de pioniers van de Noordoostpolder. Aan verhalen over dames die vooraf kwamen controleren of de echtgenotes van de kandidaten voor een stuk land hun was wel netjes in de kast hadden liggen. Het is besmettelijk, zo’n gedachte: toen ik maandag na twee weken van omzwervingen weer eens mijn eigen huishouden bestierde, zag ik mezelf ineens de washandjes in een keurig rijtje leggen. Of kwam het door die rechte lijnen in de polder?

Groninger losbol

Op een van mijn eenzame avonden had ik voor de verandering een date met mijn echtgenoot Piet. Die had bedacht dat we bij een voormalig fruitteler naar tweedehands palen, stokken, machientjes en karretjes moesten gaan kijken. Ik reed zelf naar het adres, via voor mij nieuwe vierkante wegen, en was enorm blij mijn Groninger losbol daar te treffen. Na het bezoek troonde ik hem mee naar mijn pizzeria. Warempel: ook Piet genoot van die lekkere pizza en we namen beiden een Dame Bianca na. En we waren tevreden en verliefd. Dat allemaal in Dronten.

Bevrijd van het juk

Kippen in de Fruittuin van West: nergens bang voor

Kippen in de Fruittuin van West: nergens bang voor

Aan de Knooplaan, waar ik werk, zit een zooitje fruittelers op een kluitje en dat oogt wel gezellig. Je ziet er soms eentje langs joggen – die is dan al klaar met de oogst. Zo’n jogger kan niet ongezien langs rennen. Een van hen is ontsnapt en heeft nu ‘de Fruittuin van West’ bij Amsterdam. Zijn naam zong erg rond in ‘mijn’ boomgaard, die van hem was. Vorige week vrijdag zocht ik hem in zijn stadse fruittuin op om hem dat te vertellen en te kijken naar zijn kippen in de boomgaard. Ook hij zat nu niet midden in bruisend Amsterdam, maar op de stoep van zijn fruittuin stond om 10.00 uur al een schoolklas met 25 kids op de stoep. De Amsterdammers hadden de appels reeds van de bomen geplukt en de kippen renden mij enthousiast tegemoet, wat ze bij ons thuis nimmer doen. Ik voelde me hier wel een beetje bevrijd van het vierkante, efficiënt juk, dat onzichtbaar op mijn schouders rustte. Maar de volgende keer ga ik met zin weer naar Dronten. Dat zal in de winter zijn, dan ga ik leren snoeien. Alles heeft zijn charme en ik geniet van mijn avonturen.