Boerderij voortaan niet te missen

Vroeger stonden er bij onze boerderij twee grote, witte trekkerbanden aan de lange oprit. Later, nadat vandalen bezig waren geweest, was er nog één, maar ook die is sinds jaren verdwenen. Ondertussen konden velen onze boerderij niet goed vinden, zeker niet in de winter, als het donker is. Een fatsoenlijk nummerbord staat er ook niet en de TomTom wijst niet altijd de juiste boerderij aan. De krantenman had heel pro-actief zelfeen reflecterend stickertje op de brievenbus geplakt, om in het donker op tijd rechtsaf te kunnen slaan.

Koekkoekspalen

Bij een Groninger boerderij horen dampalen: van die betonnen, stenen of gietijzeren palen die de oprit markeren en waaraan soms een hek aan was bevestigd. Als ik weer mopperde over de slechte zichtbaarheid van de inrit, zei Piet dat hij de trekkerbanden niet terug wilde zetten, maar echte dampalen wilde. De volgende vraag was: hoe kom je er aan, hoe moeten ze er uit zien, van welk materiaal? Ouderwetse dampalen nieuw namaken? Dat was het niet. Toen Piet het werk van kunstenaar Herbert Koekkoek uit Thesinge zag, wist hij het: hij wilde Koekkoekpalen. Herbert werkt met cortenstaal: roestend staal dat er robuust en eigentijds uitziet.

Wybertjes

Herbert Koekkoek plaatst de dampalen.

Herbert Koekkoek plaatst de dampalen.

Vorig jaar hebben we met Herbert om de tafel gezeten. Onze dampalen moesten groot en stevig worden, vond hij. Want het land is ruim, de boerderij groot en kleine palen vallen weg in de omgeving. De vraag was verder wat die palen moesten uitbeelden. We hebben wat gefilosofeerd over graan, kippen, klavers en bloemen, maar Piet en ik werden er niet enthousiast van. De palen moeten ons gaan overleven, monumenten worden, dus ‘plaatjes’ die naar ons eigen werk en leven verwijzen, vinden we onvoldoende ‘houdbaar’ voor de toekomst. Op een nacht bedachten we dat een perceel land het meest toepasselijk is. Beeldend kunstenaar Leen Kaldenberg had in 2007 voor onze trouwkaart zo’n perceel geschilderd, knalgeel: bloeiend koolzaad. In overleg met hem is diezelfde vorm bovenop op de damspalen gekomen, ietwat naar voren geheld. Nu zie je twee percelen in perspectief. Heb je eenmaal zulke wybertjes gezien, is onze ervaring, dan neem je ze overal in Groningen waar, vooral als je vanaf een wierde over het boerenland kijkt.

Onthuld

Onthulling door Leen Kaldenberg op 14 augustus 2016

Onthulling door Leen Kaldenberg op 14 augustus 2016

De palen hebben nog niet het uiterlijk dat ze binnenkort krijgen: ze moeten nog gaan roesten. We hopen in elk geval dat vanaf vandaag de palen niet alleen vindbaarheid van de boerderij verbeteren, maar ook een bijdrage leveren aan (het kijken naar) het Groningse landschap. Leen Kaldenberg heeft vanmiddag de dampalen onthuld. We danken hem en Herbert Koekkoek voor het tot stand brengen van deze bijzondere markeringspunten.

Bloemen gaan niet over rozen

Ik ben gek op bloemen. Draag bloemenjurken, we hebben bloemenbehang, bloemenschilderijen en overal staan boeketjes zodra er buiten maar bloemen groeien. Al jaren hebben we veldboeketten op de boerderij, dus waarom dit niet uitbouwen tot een nieuwe tak als we volgend jaar bioboerderij zijn?

Sterke natuurbloemen

DSC_0011Mijn voornaamste puzzelstuk was hoe te leren het seizoen te verlengen. Want veldbloemen groeien in de zomer. Net als de mooiste bloemen er zijn, is iedereen met vakantie of koopt niemand bloemen omdat het te warm is. Ik heb mijn boeketten eens naar de kiosk van het AMC gebracht. De man was wildenthousiast, de bezoekers ook, maar er werden er slechts drie verkocht. Daarna gaat het natuurlijk in enkele dagen bergafwaarts met zo’n boeket. Nee, ik zou ook mooie, sterke natuurbloemen al in de winter of het vroege voorjaar moeten hebben – takken, heesters, bolgewassen… Natuurlijk bio, want we willen geen gif aan onze handen en het is onze bedoeling de boerderij te laten meeprofiteren van insecten die op de bloemen af komen. Zij helpen de biodiversiteit te vergroten en bijvoorbeeld luizen en andere plaagbeesten lekker weg te ruimen.

Tijdrovend gevecht

DSC_0013Om voorbeelden te zien heb ik de maand juli vijf biobloemenboerderijen of -kwekerijen bezocht in den lande. Erg interessant. Prachtige planten en bloemen gezien. Tunnelkassen, glazen kassen. Kleinschalige teelten bekeken en iets grotere. Meegeholpen met plukken, wieden, snoeien en afleveren. Gezien wat dit toch gigantisch veel werk betekent met zeer beperkte inkomsten. Het is al net als met kleinschalige groenteteelt: zie je producten maar eens voor een faire prijs weg te zetten – het is een altijddurend en tijdrovend gevecht. In België was de bloemenprijs overigens veel beter dan in Nederland, merkte ik. Kennelijk heeft Nederland-Bloemenland zo’n groot aanbod, dat de prijzen laag liggen. Te laag. Ik erger me aan die dumpbossen bloemen bij Albert Heijn: spotgoedkoop, met navenante kwaliteit en een hoop gif er gratis bij.

Simpel beginnen

20160726_131950Maar ik houd van hun geur, hun prachtige kleuren, hun veerkracht, hun variëteit, hun vrolijke verschijning. Ik wíl bloemen telen, op een gezonde en natuurlijke manier. Er een levensvatbare bedrijfstak van maken gaat echter al mijn tijd opslorpen, terwijl we straks intensief met onze kippen in de weer zijn, appelbomen gaan snoeien, onze verkoop moeten regelen, de klaver dorsen en verzorgen, erwtjes vermeerderen en granen moeten schoffelen. Ik heb nog geen bloemenbedrijf gezien waarvan ik denk: dat is het model voor mij. Maar ik hoop dat het komt, dat het groeit, door simpel te beginnen. Deze herfst hoop ik alvast wat vaste planten te poten en volgend voorjaar een plukstrook te zaaien. Het hokje aan de weg is zo gek nog niet, al konden we het dit jaar niet neerzetten omdat we voor het eerst juist minder bloemen hadden gezaaid. Want de boerin was op stage. Bij bloemenbedrijven. En had geen tijd om te gaan wieden, snijden en boeketten maken. Ik mis het enorm, dit jaar.

Omarm het nieuwe avontuur

M’n laatste post was in maart, VIJF MAANDEN geleden! Een stemmetje kraakte meermalen in mijn achterhoofd: ‘Schrijf nou eens over alles wat je meemaakt in de landbouw!’ Maar ik ‘kon het niet wachten’, zoals ze hier zeggen. Te druk om achter de pc te gaan. Stage lopen op de biodynamische tuinderij, waar best veel van me wordt verlangd. Naar school gaan. Thuis veel dingen omhanden. Onze biologische boerderij-in-wording, waar Piet en ik constant mee bezig zijn. Enige mantelzorg en andere dingen die je in een mensenleven doet.

Gewoon doen

Hoe het is? Nou, de laatste maanden heb ik een behoorlijke ontwikkeling doorgemaakt. Waar ik de Warmonderhof nog onderzoekend begon, niet wetende waar ik uit zou komen, voel ik me nu veel meer in mijn rol als boerin groeien – een kwestie van tijd, van blootstelling aan boerenzaken en van gewoonweg doen. Niet denken: ik kan het niet. School en mijn klasgenoten hebben op dit moment een heel belangrijke rol daarin.

Heftruck en trekker

Oefenen met elkaar op de praktijkschool in Dronten

Oefenen met elkaar op de praktijkschool in Dronten

Zo kregen we in Dronten praktijklessen techniek, waarin we in groepjes oefenden met trekkers, ploegen, heftruck rijden en met achteruit rijden. Rustig taakjes doen: pallets op- en af stapelen met de heftruck, langs pionnetjes rijden. Geen handige boeren, maar mensen zoals ik – we moesten het allemaal leren. Iedereen genoot uiteindelijk en die dag gaf mij nét het duwtje in de rug om het thuis ook te proberen. Nu maai ik mijn eigen toekomstige bloemenweide, ingezaaid met luzerne en klaver, met een kleine maaier achter mijn eigen trekker. Ook durfde ik op mijn stagebedrijf te vragen of ik er mocht frezen. Ik heb thuis geëgd en heb de grote Claes-trekker van Scheemda naar Loppersum gereden, in druk verkeer. Ik kan het allemaal nog niet echt, maar durf meer.

Naar de gemeente

Een andere oefening in het boerenbestaan was de presentatie die we hebben gegeven op het gemeentehuis over onze plannen met kippen in de boomgaard. Aanplanten mag kennelijk niet zomaar, er is afstemming nodig met gemeente en provincie en we moesten onze plannen daarom goed naar voren brengen. Gesteund door mijn klasgenoten, die vinden dat ik een goed spreker ben, vroeg ik Piet of ik het mocht doen. Natuurlijk viel hij in en bij, maar opnieuw was ik een drempeltje over. Ik ging in mezelf geloven. En waarom ook niet: we willen iets waarvan we denken dat het goed is.

Niet uit roeping

Met hem wil ik het samen doen!

Met hem wil ik het samen doen!

Ik ben geen boer uit roeping, maar gewoonweg door toeval. In mijn eentje zou ik er nooit aan denken dit vak te kiezen – ik zou het niet kunnen overzien allemaal. Met mijn boerenman wil ik het wel graag samen gaan doen. Beiden willen we een open boerderij, nieuwe dingen proberen, het goede oude behouden, contacten onderhouden en genieten van dat alles, ook al is het hard werken. Ik heb best wat bij te dragen. Het is een avontuur en ik kan na een jaar opleiding nu volmondig zeggen: ik ga het omarmen. Niet meer en niet minder.