Duizelig op de biokermis

Een half jaar ben ik nu bezig met de opleiding tot bioboerin. Ik was van plan om dat proces regelmatig te delen op dit blog. Nu blijkt dat ik me soms een kind op de kermis voel. Drukte. Lawaai. Overal in willen. Reflecteren achter de pc komt er te weinig van. Hoe ziet een week er nu uit?

Vorige week donderdag (18 februari) vergezelde ik Piet naar Geldermalsen, waar hij een biologische fruitcursus volgt. We vertrokken om kwart over zes ’s ochtends omdat we voor die tijd, om negen uur, een afspraak hadden bij de Genenbank van de Universiteit Wageningen. We gingen er praten over oude rassen klaver, aangezien we al een landras witte klaver vermeerderen en ervoor voelen daar ons verder mee bezig te gaan houden. Een inspirerend gesprek en een rondleiding langs de vrieskisten waar alle oude rassen in bewaard worden.

De dagen ervoor was ik tot de conclusie gekomen dat ik het liefste biologische bloemen wil gaan telen. Bij Wageningen is een biologische pluktuin. Heel brutaal heb ik de tuinder gevraagd of ik even langs mocht komen. Hij had het er veel te druk voor, maar na even twijfelen zei: vooruit dan maar. We hadden een prettig gesprek, ook over de mogelijkheid een paar dagen mee te lopen om mij beter te oriënteren. Vervolgens heb ik een oude vriend opgezocht, terwijl Piet zijn cursus volgde, en reden we ’s avonds weer in drie uur tijd terug naar Groningen.

Wandeling in eendenkooi bij Uithuizermeeden. De kooiker teelde vroeger sneeuwklokjes om zijn inkomen aan te vullen. Sporen in het landschap!

Wandeling in eendenkooi bij Uithuizermeeden. De kooiker teelde vroeger sneeuwklokjes om zijn inkomen aan te vullen. Sporen in het landschap!

Vrijdag was het tijd voor schrijfwerk en een middag shoppen met mijn moeder, die kleren nodig had. Zaterdag heb ik met een klasgenote een prachtig oud natuurgebied bij Uithuizermeeden bezocht: een eendenkooi uit de zeventiende eeuw die deels opgeknapt gaat worden. Daarna helpen planten bij mijn stagebedrijf, De Eemstuin: onder meer tuinbonen en paksoi in de grond gezet. Wat ik zondag heb gedaan, weet ik niet meer.

Maandag en dinsdag naar school. Het is soms lastig om alle indrukken te verwerken. En meningen! We hebben een klas die varieert van wereldverbeteraar tot omschakelend gangbaar boer, van zorgboeren tot mensen die zelfvoorzienend willen leven. Het feit dat je als boer geld moet verdienen om in je levensonderhoud te voorzien, is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Zelf vind ik een te grote focus op het economische aspect niet interessant, maar je zult met een eigen bedrijf de financiële kant rond moeten krijgen. Dat peperde de accountant me tussen de lessen in een telefoontje ook nog eens in. ‘Je moet zorgen dat de bank er vertrouwen in heeft, dus er moet een goed plan liggen.’ Het lijkt dan ineens of ík de wereldverbeteraar ben!

Tomaten enten op school, 22 februari. Verschillende onderstammen en enten. Zien welke het 't beste doen: Empower of Maxifort onderstam met Cherry type en Empower onderstam met Ardiles (ent).

Tomaten enten op school, 22 februari. Verschillende onderstammen en enten. Zien welke het ’t beste doen: Empower of Maxifort onderstam met Cherry type en Empower onderstam met Ardiles (ent).

Dinsdag kregen we les over kippen. Ik had er naar uitgezien: biologische vleeskippen houden wordt onze kernactiviteit. Maar de les ging alleen maar over leghennen. Toen ik de docent vroeg of vleeskippen later aan bod zouden komen, zei hij: ‘Daar ben ik heel snel over uitgepraat.’ Een domper als je hoopt kennis, ideeën en inspiratie op te doen. En toen ik tijdens de lunch een andere docente advies vroeg over het maken van een goede houtsingel om de uitlopen van de kippen, reageerde ze lauw. Ik meen dat men op school het houden van biologische vleeskippen een te intensieve tak van sport vindt. Het past niet in de bio-dynamische visie. Terwijl wij het gewoon heel goed willen opzetten, zo goed als we het nog nergens hebben gezien!

Dinsdag na school kwam Piet naar Dronten. Tijdens een anderecursus had hij een bio-dynamische boer in de polder ontmoet die werktuigen te koop aanbiedt. Als toekomstig boerin moet ik dan meebeslissen of we zo’n wiedeg of schoffelmachines moeten aanschaffen. Een van die apparaten was 9 x 3 meter. Mooi ding, maar hoe krijg je zoiets naar Loppersum? Een voorstelling van poppenspeler Servaes Nelissen in theater Ochterop in Meppel gaf ontspanning.

Met Isabel, mijn stagetuinder, deelde ik woensdag mijn teleurstelling over de input van school wat betreft onze kippen. Ze legde uit dat je soms echt zelf moet uitvinden wat goed is. Dat is ondernemerschap. Visies lopen uiteen, ik moet daar niet te gevoelig voor zijn. Mijn lief en partner Piet weet veel beter op zichzelf te vertrouwen, merk ik, omdat hij veel ervaring heeft en een eigen visie. Die ben ik nog aan het vormen. Alleen zou ik dit hele proces niet eens aandurven. Zo onzeker op je 54ste. In de kas kreeg ik een nieuwe opdracht: ‘wil jij eens uitrekenen’, vroeg Isabel, ‘hoeveel ik van verschillende groenten kan aanbieden aan de groothandel?’ Ik werd even wanhopig, maar het lukte de meters rijp gewas om te rekenen naar kilo’s.

De vleeskoeien bij de familie Arkema, donderdag 25 februari. Waarnemingsopdracht.

De vleeskoeien bij de familie Arkema, donderdag 25 februari. Waarnemingsopdracht.

Gisteren (donderdag) heb ik met een studiegenote uit de buurt koeien waargenomen. Zij is van klas veranderd, dus we hebben eerst uren bijgepraat en ervaringen en plannen uitgewisseld. Mijn hoofd tolde ervan. De koeien die we vervolgens bezochten in de stal bij Bé en Margreet Arkema verspreidden gelukkig een weldadige rust. Deze Blonde d’Aquintaines staan dichter bij de natuur en hun ware koe-aard, dan melkvee. Dat meenden wij te zien en de boer bevestigde dat. De stier loopt tussen de koeien en bepaalt wanneer de dieren gedekt worden – niet de boer. De boer gaat er nooit tussen lopen, maar werkt altijd van achter een hek. De dieren zijn alert en nieuwsgierig, maar houden afstand. Ook dat gaf nogal te denken. Misschien is vlees eten wel minder erg dan melk drinken! Ik moet er niet aan denken er met melkveehouders over te moeten discussiëren en ik weet het antwoord niet. Onze maatschappij is gigantisch ingewikkeld en alle meningen die mensen hebben maken het er voor mij niet makkelijker op. Wat wil ik, hoe zie ik het? Wil ik wel een mening hebben? Misschien toch een beetje te veel in de biologische zweefmolen rondgedraaid deze week?

Kwekertje in de dop

Sinds 1 februari loop ik stage bij biodynamische tuinderij De Eemstuin in Uithuizermeeden. Ik kende Isabel Duinisveld, de tuinder, al een beetje van een boerenmarkt waar ik zelf ooit veldboeketten verkocht. Nu is zij mijn leermeesteres. Daar ben ik erg blij mee. Want ik merk dat deze dame, met meer dan 20 jaar ervaring, over veel kennis beschikt en die graag en goed weet te delen.

Ze had me vooraf gewaarschuwd: wij doen hier heel veel dingen, we telen veel verschillende gewassen en het is lastig om overzicht te krijgen en je vaardigheden te oefenen. Ik zat er niet mee. Jammer genoeg werd ik na mijn eerste stagedag twee weken geleden ziek. Dus de eerste twee weken heb ik slechts 1 dag per week kunnen werken, ook vanwege school. Afgelopen week ben ik eindelijk los gegaan met drie dagen.

En dat was heel bijzonder. We werken op dit moment in de kas, die ongeveer een kwart ha meet. Er zijn nog allerlei gewassen die daar nu geoogst worden: winterpostelein, andijvie, zwart mosterdblad, veldsla. Er zijn enkele gewassen al geplant of gezaaid: worteltjes, broccoli, raapstelen, spitskool, uitjes, knoflook, tulpen(!). Er staan peultjes en bonen in de eigen opkweek. En we hebben afgelopen week bedden klaargemaakt voor het planten van gewassen die deze week geleverd zijn.

Het plantgoed gaat zaterdag de grond in. Want Isabel werkt ook met de zaaikalender. Dat is helemaal nieuw voor mij. Vorige week jeukten mijn handen om het wortelbed te wieden. ‘Nee’, zei Isabel, ‘we moeten wachten op een worteldag.’ Niet alleen het zaaien of planten, maar ook de verzorging van de teelten gewassen moet echt gebeuren op een blad-, bloem-, wortel- of vruchtgewas, afhankelijk van het gewas. Maandag mocht ik eindelijk aan de gang met  worteltjes wieden. Mij kun je niet blijer maken dan met zo’n werkje: opletten, precies werken.

De zon scheen dus het werd gaandeweg lekker warm in de kas. En toen stelde Isabel voor dat ik de temperatuur en vochtigheid van de kas in de gaten zou gaan houden. Ze leerde me hoe je de ramen open zet als het warm en vochtig wordt. Dat je vaak naar de thermometer moet lopen en naar gelang te temperatuur stijgt, daalt of gelijk blijft beslist of de rammen een stukje verder open kunnen, zo kunnen blijven staan of weer dicht moeten. Het was interessant om te beleven hoe de temperatuur soms heel snel stijgt, maar op een dag na nachtvorst heel langzaam opkruipt. Dat komt omdat de bodem moet opwarmen. Dat er ’s ochtends dan ijs op de kappen ligt, helpt ook weinig mee, want de zon komt er dan niet door. het is dan ook vrij donker in de kas.

Isabel cultiveert een bed dat a.s. zaterdag beplant gaat worden

Isabel cultiveert een bed dat a.s. zaterdag beplant gaat worden

Er is ruimte om ideeën te opperen. Zo zag ik tussen de worteltjes malvaplantjes staan. Opslag van vorig jaar, want Isabel kweekt malva voor salademengsels. ‘Zal ik ze oppotten?’, vroeg ik. Mijn plantjeshart klopte nog sneller, toen ze enthousiast reageerde. ‘ja, goed idee, want ik moet ze nog zaaien, dan hebben we alvast wat.’ Ik heb ook wel eens idee dat niet zo geslaagd is. Zo dacht ik dat het goed was om een bed dat net gecultiveerd was (losgemaakt met een werktuig dat de grond mooi lostrekt) nog te eggen. Ik mocht het proberen, maar Isabel vond het niet goed gaan: de eg liep er niet gelijkmatig doorheen en de losse grond werd door mijn voeten te veel samengedrukt.

Dat vind ik indrukwekkend: een leermeesteres die de touwtjes durft te laten vieren. Ze roept me terug als het nodig is en laat me ondervinden hoe het is om beslissingen te nemen. Ze heeft overigens gelijk: het zal wel even duren voordat ik vat krijg op deze kwekerij. Op de planning, op de vruchtopvolging, op de verdiensten, op de momenten waarop je wat gaat doen. Maar dat komt wel. In elk geval heb ik al veel kunnen doen: kweekgras weghalen, planten, wieden, eggen, vorstbeschermende maatregelen toepassen, houten steunpalen plaatsen voor bonen (samen met de vaste medewerkers), zelfstandig de temperatuur reguleren, mosterdblad en winterpostelein oogsten en netjes in bakken leggen. Heel mooi werk om te doen.

Erwten eten voor een betere wereld

‘Wonder van Scheemda’ is een onaanzienlijk kreukelerwtje. Vrijwel niemand kent haar meer. Arïen Baken is dit erwtje aan het vermeerderen. Inmiddels zijn wij er op onze akker ook mee aan de gang: volgend jaar hopen we zoveel te hebben, dat we de smaak kunnen gaan uittesten. Ariën, die al decennia in Groningen woont, is zoon van een pachtboer uit Noord-Holland. Hij was tot voor kort docent aan de Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden en eerder in Groningen. Toen Ariën dertien was, verhuisde het gezin naar de Noordoostpolder, waar zijn vader agrarisch medewerker werd. ‘Ik ben altijd van het gemengd bedrijf gebleven’, lacht Baken. ‘Landbouw, het landschap, milieu, agrarisch natuurbeheer, duurzaamheidsvraagstukken, recreatie, toerisme: ik kan het niet los van elkaar zien. Het is één geheel.’

Vergeten granen

Sinds zijn pensionering in 2014 kan je Ariën vaak vinden op het kleine lapje grond dat biologisch boer Piet van Zanten in Garmerwolde hem ter beschikking stelt. Hij vermeerderde er voorheen al oude rassen uit zaden die bewaard werden bij De Oerakker, een stichting waarvan hij bestuurslid was. Vergeten regionale granen, zoals emmertarwe en Ommelander wintertarwe. Van Zanten zaaide die over zijn akkers uit. Bakkerij Staghouwer uit Leek-Tolbert en de consequente BioBakker uit Ahaus, Duitsland, bakken daar biologisch brood van.

Ongeschikt voor moderne landbouw

Deze tarwesoorten behoren tot de zogenoemde langstro-rassen: ongeschikt voor de moderne, gangbare landbouw. Kunstmest, maar ook overvloedige organische bemesting maakt ze veel te slap, waardoor ze omwaaien. Hun eigenschappen zijn uitstekend voor een andere, minder intensieve teeltwijze, doceert Ariën. ‘Deze planten hebben een goed wortelstelsel en lang stro, waar veel wind doorheen kan waaien. Ze worden daardoor minder snel ziek in vergelijking met moderne rassen waarbij de halmen en aren dicht op elkaar staan. Het bovenste blad van dergelijke granen – het vlagblad – is breed: het vangt daardoor veel zonlicht. Daardoor kan de Ommelander tarwe veel lichtenergie opvangen waarmee kooldioxide (CO2) wordt omgezet in koolhydraten.’

Erwt tussen oude cultuur en nieuwe toekomst

Anders dan granen zijn erwten, net als bonen, gemakkelijk te kruisen. Daardoor bestonden er vroeger veel lokale soorten erwten en bonen. ‘Je ziet het: dit is een kreukelerwt’, zegt Ariën, een Wonder van Scheemda tussen vinger en duim klemmend. ‘Of een erwt kreukt of niet hangt samen met het type zetmeel waaruit ze is samengesteld.’ Ook zetmeelverhoudingen in erwten en bonen verschillen. Dat maakt de ene soort melig en de andere zoeter of smakelijker. Voor Baken verbindt de erwt een oude cultuur met een nieuwe toekomst. Erwtenteelt verbetert de bodem van je akker of moestuin en voedt de bodem op een natuurlijke manier met stikstof. ‘Een erwt is een vlinderbloemige: een gewas dat, net als bonen, in staat is om krachtig te wortelen. Vlinderbloemigen hebben wortelknolletjes, waarin zij in samenwerking met rhizobium-bacteriën stikstof uit de lucht binden. De stikstof is nodig voor de groei van de plant, voor het assimilatieproces van CO2 uit de lucht. In de organische stof worden de koolstofverbindingen en de energie vastgelegd. Bonen en erwten waren in oude beschavingen ontzettend belangrijk. Zij verbeterden de bodemvruchtbaarheid. Nu hebben wij hier stikstof in de vorm van kunstmest. Maar in grote delen van de wereld hebben boeren geen geld voor stikstof kunstmest. Bovendien kost de productie van kunstmest energie. De voorraad fossiele energie is eindig. Zonnepanelen alleen wekken onvoldoende energie op om in de behoefte te voorzien. Duurzame biologische landbouw en gezonde voeding zal weer erwten en bonen nodig hebben.’

Goed voor gezondheid, landbouw en milieu

Ariën Baken kan het niet maken om dagelijks uitsluitend erwten en bonen te eten, want hij woont niet alleen. Als hij alleen was, zou hij het doen: de erwt verbindt het landschap en de bodem met zijn eigen gezondheid. ‘Uit gezondheidsoogpunt zijn erwten en bonen interessant, vanwege hun inhoudsstoffen en vitamines. Dat brengt direct met zich mee dat die inhoudsstoffen ook in de grond aanwezig moeten zijn.’ Zo’n erwtje biedt houvast om na te denken: hoe en welke producten verbouw je? Hoe zorg je dat natuurlijke cycli niet verstoord raken? ‘De stikstofkringloop en de koolstofkringloop zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Boeren en boerinnen, in Nederland nog slechts één procent van de beroepsbevolking, managen de stikstof- en de koolstof kringloop. Het is belangrijk dat méér mensen zich bewust worden van de samenhang.’ Door meer erwten en bonen te telen én te bereiden, is zijn overtuiging, kunnen we een begin maken met het verduurzamen van gezondheid, landbouw en milieu.

Doorgedraaid met Dan Barber

Deze week was geen beste week.

Het begon allemaal mooi, op maandag toen mijn eerste stagedag bij biologisch dynamisch tuinbouwbedrijf De Eemstuin in Uithuizermeeden aanbrak. Met veel genoegen werkte ik met de tuinder, Isabel, in de kas. Ik kreeg veel te horen en we maakten een ‘half vak’ klaar voor de teelt van broccoli en (Spaanse!) raapstelen. Kweekgras weghalen met de greep, onkruid wegschoffelen en -harken, compost opbrengen en verspreiden. Isabel werkte dat met trekker en ‘cultivator’ de grond in, waarna we beiden een loeizwaare spijker-eg over het oppervlak trokken om dat mooi vlak te krijgen. ’s Middags gingen we de plantjes poten, in best mooie rijen. Toen diende het zich onomstotelijk aan: griep! Ik bleef desondanks tot het einde van de werkdag, maar eenmaal thuis rolde ik direct mijn bed in.

De afgelopen dagen kon ik niet op zijn. Om de zeurende spierpijnen te vergeten, ben ik het boek van Dan Barber, The Third Plate gaan uitlezen. Ik was er tijden terug in begonnen, maar had de rust niet de pil uit te lezen. En of het nu door de koorts kwam: ik raakte er totaal van in de ban. Barber is een ‘chef’ uit New York, met een boerderij. Hij zoekt de oorsprong van goed en gezond voedsel en hoe hij het gebruik daarvan wezenlijk kan bevorderen of: hoe chefs mede schuldig zijn aan een eetcultuur die ongezond is voor mens en natuur. In zijn zoektocht ontmoet hij pioniers die het totaal anders doen: vissers, varkensboeren, graantelers en zaadveredelaars.

Een van hen, zuiderling, is heel zijn leven op zoek geweest naar de smaak van rijst die zijn oude, en inmiddels overleden moeder sinds de jaren vijftig nooit meer had geproefd. Dan ontdekt hij dat dit gemis is terug te voeren op een verziekt productiesysteem. Monoculturen en focus op alleen hoge opbrengsten hebben smaakvolle rijstsoorten van weleer verdreven. Hij focust zich op oude landrassen en zet ruime vruchtwisseling en combinatieteelt in. Een ander, graanboer Klaas Martens uit Penn Yan (Yates County, New York) gooide in de jaren tachtig het roer om, zegde de maatschap met zijn twee broers op en houdt zich sindsdien bezig met zijn bodem, de teelt van robuuste graangewassen die diep wortelen en die hij goed afwisselt met andere gewassen.

De rijstman zweepte me enorm op. Ik zag de beelden al voor me: oude erwtenrassen, gezaaid met daartussen suikermaïs. Strookjes met oude rassen graan om te vermeerderen, in de hoop dat Piet die verder uitzaait. Vanochtend om half vijf knipte ik ongedurig het licht aan. Ik kon het niet langer voor me houden: we hebben een klein dorsmachientje nodig voor mijn proef- en vermeerderingsveldjes. Misschien wel een oude hekeldorsmachine. En handmolenstenen, waarmee in 8 minuten een kilo granen te malen zijn. Dát wil ik in de toekomst aanbieden: supersmaakvol en voedzaam meel, op molenstenen gemalen, met tarwekiem en alles er nog in. Dat kun je alleen supervers verkopen, want de smaak gaat snel achteruit. Onze klanten mogen zelf aan de molen slingeren. Wat een ervaring zal dat zijn!

Piet zuchtte heel diep en draaide zich om. Hij kon er niet in meegaan. Was het echt de koorts? De griep is nog niet voorbij.