‘Nee’ zeggen tegen koeien knuffelen

Gisteren hebben we op school onze tuinkerszaaiproef besproken. In het kader van leren werken met aandacht hadden we in december twee petrischaaltjes met tuinkers moeten zaaien: ééntje onverschillig en de andere met aandacht en een wens. Ik had, geloof ik, geprobeerd het zaaigoed te vragen of het lekker hard wilde groeien, maar zeker weten doe ik het niet meer.

Ik behoorde tot de drie klasgenoten van wie het met aandacht gezaaide bakje het slechter had gedaan dan het onverschillig gezaaide schaaltje. Onze docente opperde dat we mogelijk de zaadjes te dwingend hadden gevraagd goed te groeien. En, voegde zij daar aan toe, dat gebeurt wel eens bij mensen die ook nogal nadrukkelijk aandacht eisen van hun partner, of daar bovenop zitten. Nou, over dat laatste krijg ik inderdaad wel eens klachten thuis. En terecht. Ik kan erg bemoei- en bedilzuchtig zijn. Idioot gewoon. Maar volgens mij was ik vaag geweest bij de plantjes. Goed, ik zal er nog eens verder experimenteren.

Waar ik niet verder mee ga oefenen is met koeien borstelen. We moesten ons gisteren stap voor stap voorbereiden op het aanraken en borstelen van koeien in de potstal van Warmonderhof. Nu vind ik koeien best aardige beesten. Maar fysiek contact met hen zoek ik niet: ik vind ze daarvoor te groot en ook niet zo leuk. Bovendien heeft een schattige bergkoe in Oostenrijk me eens op haar horens proberen te nemen, terwijl ik het beest naar mijn idee geen strobreed in de weg had gelegd. Dat laat vast een spoortje na.

Maar opdracht is opdracht, daar ben ik braaf en toegewijd in. Als deel van het bange groepje – ik schakel, om de aandacht van de lezer beter te pakken, nu over op de tegenwoordige tijd –  krijg ik persoonlijke tips. Ik blijf eerst wat in de voergang rondgelopen . De koeien zien me niet staan, vanzelfsprekend: ze zijn hooi aan het smikkelen. Ik aai er eens een over de kop, en dat is prima, al ontstaat er weinig contact, laat staan goedkeuring van de koe – wat de bedoeling is van de oefening.

Bij het wisselen van de aai- en borstelgroep, besluit ik toch maar de potstal in te gaan. ‘Toch maar’ drukt een zekere halfhartigheid uit. Bij deze opdracht is het echter nodig om ‘in je kracht te gaan staan’. In mijn keel voel ik mijn hart helemaal niet kloppen. Wel ervaar ik tegenzin om een dier te gaan benaderen. Naast me staat een zwart-witte blaarkop, volgens mij nog redelijk jong. Ik kijk naar haar. Ze buigt haar oren steeds naar achteren. Ik blijf op afstand en dénk er niet over haar aan te gaan raken.

Dan sluit ik me aan bij een groepje klasgenoten dat samen een roodbruine koe borstelt. Het dier laat het zich welgevallen. Ik doe even mee en borstel haar linker lende. Ook dat voelt niet als contact maken met het dier. Op advies van een klasgenote ga ik naar de voorkant. Ze staat er heel rustig bij, maar beweegt zo nu en dan haar kop. Daar zitten horens op. Ik voel me er niet prettig bij. Ik doe een stap terug en besluit alleen maar te kijken. Mijn conclusie: ik wil geen contact maken met een koe.

‘Als je ergens ja tegen zegt, dan sta je in je kracht’, zegt de docente in de nabespreking. Dat klopt. En ‘nee’ is gewoon ‘nee’. Misschien is dat wel de belangrijkste les voor deze braverik, die haar huiswerk en opdrachten altijd netjes en goed wil doen. Ik aai en borstel wel een geit! En het liefst een die ik ken.

2 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s