Snoepen in de praktijk

Als bioboerin in oriëntatiefase ben je een kleuter in een snoepwinkel. Overal kleurtjes, lekkers en totaal geen overzicht meer. Inmiddels heb ik mijn laatste stagedag bij VOF In de Wind beëindigd. De akkerbouw leek me nooit iets voor mij, maar grootschalige groenteteelt is het zeker niet. Te weinig variatie, te weinig leuk pielen. Er valt nu één snoepje af.

Woensdagmiddag ben ik naar Roel gegaan, die hier in de buurt een mooie boomgaard heeft waar hij oude rassen verbouwt. Ik had gevraagd of ik mocht helpen met fruitbomen snoeien. Het woei nogal en Roel bekende dat hij liever naar buiten ging op een vriendelijker dag. Na ruime tijd koffie drinken gingen we de boomgaard in. Prachtig om te zien. Ik zag onze eigen kippen ook al in zo’n paradijs ronddansen.

Toen ik met mijn ladder tegen de appelboom stond, verging het me andersom. Ik heb hoogtevrees en hoewel Roel zei dat het een lage boom was, stond ik zwiepend in de wind als een schipper op een gammel bootje. Met één hand tak vasthouden, met de ander knippen of zagen. Als een tak dikker was dan een centimeter kreeg ik de snoeischaar er al niet meer door. Ik was blij toen Roel na een klein uurtje of zo zei: ‘Zullen we er maar eens mee ophouden? Ik ga eten koken.’

Donderdag was ik alleen op onze eigen boerderij. Piet vertrok al om kwart over zes naar een biologische fruitcursus in De Betuwe. Ik stond ook al vroeg in de ochtendkou in onze ‘boomgaard’, waar nog maar twee van de vier fruitboompjes die we in 2014 hadden geplant, over zijn gebleven. Een goudreinette en een conferencepeertje. Die heb ik gesnoeid en de takken van het peertje heb ik ‘uitgebogen’. Vervolgens naar de kleine kweepeer in de tuin, een meidoorn, een hulstboom. Daarna naar de appelboom in de tuin (die ik al eens verpest heb toen ik nog niets van snoeien wist) en naar de grote kweepeer die stikt in de schurft. Dat was een project van bijna een uur, met veel ladderwerk, want het ding was nogal uit zijn voegen geraakt met heel veel verticale takken. De vlierboompjes in de moestuin heb ik mooi gesnoeid. De takken heb ik in de grond gestoken om nieuw pootgoed te kweken, voor onze biologische houtwallen, in de toekomst. En dan uiteindelijk de bramen.

Goudreinette vóór het snoeien

Goudreinette vóór het snoeien

Goudreinette ná het snoeien

Goudreinette ná het snoeien

Conference-peer na het snoeien en uitbuigen. De takken moeten in een hoe van 45 graden staan t.o.v. de stam.

Conference-peer na het snoeien en uitbuigen. De takken moeten in een hoek van 45 graden staan t.o.v. de stam.

Ik werkte in een slakkentempo. Steeds opnieuw de boompjes bekijkend: wat moet er af, hoe ziet het er uit? Het fruitsnoepje smaakte wel lekker, moet ik zeggen. Ik was enorm voldaan na die dag van lekker werken in mijn eentje. Alleen mijn rechterhand dacht er zo niet over. ‘Je kunt beter gaan tekstschrijven’, zei Piet toen hij thuis was. ‘Lekker zitten achter je pc.’ Ook die boerentip heb ik ter harte genomen: vandaag was een tekstschrijfdag met een opdracht, die grotendeels al af is. Daaraan herken je toch wel de professional, denk ik dan grinnikend.

‘Nee’ zeggen tegen koeien knuffelen

Gisteren hebben we op school onze tuinkerszaaiproef besproken. In het kader van leren werken met aandacht hadden we in december twee petrischaaltjes met tuinkers moeten zaaien: ééntje onverschillig en de andere met aandacht en een wens. Ik had, geloof ik, geprobeerd het zaaigoed te vragen of het lekker hard wilde groeien, maar zeker weten doe ik het niet meer.

Ik behoorde tot de drie klasgenoten van wie het met aandacht gezaaide bakje het slechter had gedaan dan het onverschillig gezaaide schaaltje. Onze docente opperde dat we mogelijk de zaadjes te dwingend hadden gevraagd goed te groeien. En, voegde zij daar aan toe, dat gebeurt wel eens bij mensen die ook nogal nadrukkelijk aandacht eisen van hun partner, of daar bovenop zitten. Nou, over dat laatste krijg ik inderdaad wel eens klachten thuis. En terecht. Ik kan erg bemoei- en bedilzuchtig zijn. Idioot gewoon. Maar volgens mij was ik vaag geweest bij de plantjes. Goed, ik zal er nog eens verder experimenteren.

Waar ik niet verder mee ga oefenen is met koeien borstelen. We moesten ons gisteren stap voor stap voorbereiden op het aanraken en borstelen van koeien in de potstal van Warmonderhof. Nu vind ik koeien best aardige beesten. Maar fysiek contact met hen zoek ik niet: ik vind ze daarvoor te groot en ook niet zo leuk. Bovendien heeft een schattige bergkoe in Oostenrijk me eens op haar horens proberen te nemen, terwijl ik het beest naar mijn idee geen strobreed in de weg had gelegd. Dat laat vast een spoortje na.

Maar opdracht is opdracht, daar ben ik braaf en toegewijd in. Als deel van het bange groepje – ik schakel, om de aandacht van de lezer beter te pakken, nu over op de tegenwoordige tijd –  krijg ik persoonlijke tips. Ik blijf eerst wat in de voergang rondgelopen . De koeien zien me niet staan, vanzelfsprekend: ze zijn hooi aan het smikkelen. Ik aai er eens een over de kop, en dat is prima, al ontstaat er weinig contact, laat staan goedkeuring van de koe – wat de bedoeling is van de oefening.

Bij het wisselen van de aai- en borstelgroep, besluit ik toch maar de potstal in te gaan. ‘Toch maar’ drukt een zekere halfhartigheid uit. Bij deze opdracht is het echter nodig om ‘in je kracht te gaan staan’. In mijn keel voel ik mijn hart helemaal niet kloppen. Wel ervaar ik tegenzin om een dier te gaan benaderen. Naast me staat een zwart-witte blaarkop, volgens mij nog redelijk jong. Ik kijk naar haar. Ze buigt haar oren steeds naar achteren. Ik blijf op afstand en dénk er niet over haar aan te gaan raken.

Dan sluit ik me aan bij een groepje klasgenoten dat samen een roodbruine koe borstelt. Het dier laat het zich welgevallen. Ik doe even mee en borstel haar linker lende. Ook dat voelt niet als contact maken met het dier. Op advies van een klasgenote ga ik naar de voorkant. Ze staat er heel rustig bij, maar beweegt zo nu en dan haar kop. Daar zitten horens op. Ik voel me er niet prettig bij. Ik doe een stap terug en besluit alleen maar te kijken. Mijn conclusie: ik wil geen contact maken met een koe.

‘Als je ergens ja tegen zegt, dan sta je in je kracht’, zegt de docente in de nabespreking. Dat klopt. En ‘nee’ is gewoon ‘nee’. Misschien is dat wel de belangrijkste les voor deze braverik, die haar huiswerk en opdrachten altijd netjes en goed wil doen. Ik aai en borstel wel een geit! En het liefst een die ik ken.

Vakantie voorbij

Het was fantastisch, de afgelopen vier weken. Als leerling (‘studente’ klinkt te overdreven) heb ik weer officieel vakantie, en dat is sinds ik in 2002 als ZZP’ende tekstschrijver begon, niet meer zo ongecompliceerd duidelijk geweest. Vier weken niet naar ‘school’ voelt als vakantie, hoe leuk het ook is op Warmonderhof. Nou ja, het is ook wel eens minder. Een akkefietje over lessen techniek en veranderingen in het programma hadden de laatste dag voor onvrede en een nare sfeer gezorgd.

Ik heb nog boerenkool helpen oogsten op de stageboerderij, maar dat was het, er waren andere gegadigden voor het werk. En zo heb ik op onze eigen boerderij geschilderd. Piet  geassisteerd bij het slachten en verkopen van kerstscharrelkippen, en afgelopen week hetzelfde ritueel met biologische kippen. Heel mooi werk, al klinkt dat misschien raar. We slachten ambachtelijk en worden er steeds beter in. Ik heb daarnaast heel veel kranten en een paar boeken gelezen en ben met Piet naar vrienden geweest in het zuiden en westen van het land.

In de bijna negen jaar dat ik op de boerderij woon, voelde het nooit zo ontspannen. Ik snap het ook wel: ik ben, zeker de eerste jaren heel veel bezig geweest om ALLES te doen. Alle verjaardagen van vrienden in Amsterdam als het even kon bijbenen, voor werk veel in de auto, onze grote boerderij stap voor stap opknappen, netjes krijgen, onderhouden en eigenlijk vanaf het begin vrijwilligersbaantjes die soms heel veel tijd vroegen.

Maar nu is het tijd voor focus. En ik ontdek: dat geeft rust, zelfs als je heel actief bent. Werken is leuk, maar met constant schakelen van schrijven naar de deurbel van de boerderij, van Loppersum naar Amsterdam, van grote schilderklussen op de boerderij naar bestuursbaantje – ik was er geloof ik klaar mee.

De vakantie is voorbij en ik voel me uitgerust, ontspannen, zin om te beginnen, om verder te gaan. Zelfs zin om de ‘takkentoets’ te doen over twee weken. Dan moeten we bomen en heesters zien te herkennen aan kale takjes, zonder blad of wat. Het waarom is me niet geheel duidelijk: wie op de boerderij snoeit weet toch wel welke bomen er staan! Maar ik vind het desondanks een interessante bezigheid. En dan gaan we dinsdag eindelijk ook onze resultaten met de bakjes tuinkers (onverschillig versus met aandacht gezaaid) bespreken. Dus daar hoop ik over te berichten. Groet!