Boeren kunnen CO2 opruimen

Vorige week hield Tom Saat, boer van Stadsboerderij Almere, een intrigerende lezing op Warmonderhof. Hij ging in op het potentieel dat boeren hebben om CO2 op te slaan in de bodem. Niet door gaten te graven en het spul met veel energie in de grond te pompen. Maar gewoon: door koemest te gebruiken, een ruime vruchtwisseling toe te passen en als rustgewas grasklaver te telen. Vooral die grasklaver zou CO2 opnemen en vastleggen in de bodem. Want er zijn ook gewassen, zoals maïs of aardappels die CO2 uitstoten, meen ik te hebben begrepen. Tom Saat rekende ons voor dat wanneer alle boeren in Nederland meedoen, we de Kyoto-doelstellingen over 10 jaar ruimschoots halen.

Een klasgenoot, die heel erg bezig is met de klimaatdoelstellingen, vond het onvoorstelbaar dat we niet met zijn allen riepen: ‘Dat gaan we doen!’ Ook ik kreeg ik dat gevoel van urgentie nog niet. Misschien omdat ik het verhaal niet helemaal vatte? Of omdat ik die klimaatdoelstelling zo omvangrijk vind en me niet geroepen voel er straks met manlief aan te gaan werken, terwijl er 10 kilometer verderop nieuwe kolencentrales staan te loeien? Of ben ik gewoon onverschillig?

Vandaag ben ik gaan googelen. Ik kom van alles tegen. Bijvoorbeeld het rapport  ‘Mogelijkheden voor koolstofvastlegging in de Nederlandse landbouw en natuur’, van Alterra / Universiteit van Wageningen (2012). ‘De potentie voor koolstofvastlegging in de bodem is regio-specifiek en hangt af van het gewas en bodemtype’, luidt de conclusie in de samenvatting. ‘De totale realistische koolstofvastlegging in de landbouw wordt geschat op 0.8 Mton CO2 per jaar. Samen met enkele niet doorgerekende maatregelen zal de maximaal haalbare koolstofvastlegging in de Nederlandse landbouw ongeveer 1 Mton CO2 per jaar zijn. Dit is ongeveer 5,5% van de huidige emissies uit de sector landbouw.’ Een minder optimistisch verhaal als dat van Saat: het zou niet eens de CO2 kunnen opvangen die de Nederlandse landbouw uitstoot.

Hoe rekbaar zijn cijfers. De site Boerenverstand refereert aan een artikel over ‘carbonfarming’: ‘Als de hoeveelheid koolstof in alle landbouwgrond wereldwijd zou stijgen met slechts 1,6 procent, zou volgens Wick en Collins het probleem van de klimaatverandering zijn opgelost.’ Te simpel voor woorden, dit kan niet waar zijn! Toch gooi ik het idee niet weg. Ik zie een eigen boerenbedrijf voor me waar we de bodem voeden, waar klaver groeit en waar we klaverzaad telen voor biologische boeren en tuinders die het niet uit Nieuw Zeeland willen halen. Waar we robuuste bonen en erwten telen, want die horen minstens eenmaal per week op tafel te komen. In het klein probeer je het goed te doen, en de beste producten te leveren van land waar ook de vogels zich hopelijk weer willen vestigen. En misschien dat we dan ook meer CO2 weten te binden. Dat zou fijn zijn.

(En ik vond na het schrijven nog een leuke site: http://www.ecodorpboekel.nl/co2-opslag-in-de-bodem-de-beste-manier/)

Knolselderij wassen

Vorige week heb ik weer een hoofdstukje aan mijn boerenstage mogen toevoegen. Het was aflevertijd geworden voor knolselders. Na de lesdagen in Dronten begaf ik me naar de boerderij, waar men al in volle gang was om 14.000 knolselderijen klaar te maken. Ook dit was weer een fabrieksachtige ervaring. In de schuur was een ‘líjn’ opgesteld: aanvoer van de knolselders, transportbanden, snijtafel, waterbad, borstelmachine, band, weegschaal en big bags. Ik had me nooit gerealiseerd dat zo’n knolselderij die je koopt voor nog geen euro of iets dergelijks zo vaak door mensenhanden is gegaan. Er zijn wortels afgesneden, samen met brokken klei, ze zijn geweekt, uit het water gevist, in de borstelmachine gegooid, gewogen, gesorteerd en in zakken gedaan. Het verschil is geweldig, maar je wordt er wel moe van!

Ongewassen knolselders

Ongewassen knolselders

Schone knolselderij

Schone knolselderij

Knol en raap

Bietenrooimachine (re) met opraapmachine en kiepwagen (li). Foto: Robert Oosterloo

Bietenrooimachine (re) met opraapmachine en kiepwagen (li). Foto: Robert Oosterloo

Hè, hè, eindelijk weer wat anders! Nadat we op de stageboerderij weken doende waren met het oogsten van een bladgewas (witte kool) en een vruchtgewas (pompoen) waren gisteren twee wortelgewassen aan de beurt: knolselderij en koolraap. Die groeien grotendeels ondergronds. Voor het oogsten een makkie. Want waar elk kooltje en pompoentje met de hand werd afgesneden, werd de klus ondergronds gisteren in één enkele dag geklaard door een loonwerker met een bietenrooier en opraapmachine.

Anticiperen

Net als suikerbieten komen de knollen in grote kiepwagens terecht. Op het erf stonden boer Okke, boerin Caroline, en Robert, iemand die vaak helpt en bij mij in de straat woont, waar we elkaar nooit zien. De boer en boerin hadden zich vooraf afgevraagd of het wel wat voor mij, de stagiaire, was. We zouden de boel op het erf in kisten doen, met een zogenoemde boxenvuller. Dat is een bandje dat de grote hoeveelheden knollen uit een stortbak transporteert naar houten bewaarkisten. ‘Waarom zou het niets voor mij zijn?’, had ik vorige week nog gevraagd. ‘Nou, je moet nogal anticiperen’, had Okke geantwoord.

Kiepwagen stort knolselders in stortbak op het erf (foto: Robert Oosterloo)

Kiepwagen stort knolselders in stortbak op het erf (foto: Robert Oosterloo)

Afvlakken

Maar ik werd gisteren dan toch gevraagd om te komen. De klus was niet zo ingewikkeld. Caroline bediende de boxenvuller. Okke zette vier bewaarkistenop een rij. Caroline bewoog de boxenvuller er overheen: eerst kist 1 volstorten, dan 2, dan 4, dan 3, dan 1 enzovoorts. Ik mocht met een andere hulp de knollen afvlakken: dan zorg je dat de kisten opstapelbaar zijn. Okke sjeesde met de heftruck heen en weer: volle kisten weghalen, wegzetten en lege ervoor in de plaats zetten. In het begin voelde het als gestress, omdat mij de gang van zaken niet helemaal was uitgelegd, maar al gauw snapte ik het. Het was gezellig met Robert erbij. Al met al een levendige boel, met ook zoon Wouter en drie mannen van loonwerker Tamminga.

Kool rapen

Wouter (re) en stagiare (li) bij het afvlakken van kist knolselderij. Rechts de boxenvuller. (foto: Robert Oosterloo)

Wouter (re) en stagiare (li) bij het afvlakken van kist knolselderij. Rechts de boxenvuller. (foto: Robert Oosterloo)

’s Middags moest Caroline naar de tandarts. Toen mocht ik de boxenvuller bedienen met een mengpaneeltje. Ik kreeg van Caroline een beetje de indruk dat het heel moeilijk zou zijn voor me. Maar het viel me mee. Al heb ik wel even staan te slapen nadat Wouter – die een van de kiepwagens reed – mij een tijdje aanwijzingen was komen geven. Dat maakte me net wat te relaxed. Toen hij weer met zijn wagen was weggereden zwenkte ik te laat naar de volgende kist. De koolrapen vlogen achter de kist. Dat zijn er in een mum van tijd dan heel veel: Okke en ik moesten er direct op af duiken, want ze lagen in de weg. Misschien heten ze niet voor niets koolrapen.