Laptop verdrijft mijn stagiaire-gevoel

Je bent 54 en je wilt wat en dan ga je een nieuwe opleiding doen. Geen betere remedie om je weer JONG te voelen. Jong van geest, bedoel ik dan. Als stagiaire moet ik voor mijn gevoel door het stof: ik ben een groentje, ik kan niks, ik zie niks, ik heb geen inzicht en de boer moet mij dan tóch weer zeggen: ‘Hé, die ene kist staat dwars gedraaid!’ Deze week is het me zelfs overkomen dat ik op de wagen achter zo’n kist stond, het desondanks niet zag en aan een andere kist ging sjorren. Dan lacht de boerin gelukkig heel hartelijk!

Het is dat ik al wat levenservaring heb en het over me heen durf te laten komen. Maar een gelukzalig gevoel krijg ik er níet van. Het werk dat ik nog steeds doe – kolen in kisten leggen – is simpel. Maar ik heb er geen talent voor en leer langzaam.

Gelukkig is manlief er nog. Eergisteren kwam hij van een vergadering thuis en bleek zijn laptopscherm ineens het beeld op de kop te hebben. Op mijn Phone zocht ik en vond direct een manier om met CTR-Alt, nog een toets en de pijltjestoetsen het beeldscherm weer normaal te krijgen. Hij blij!

Gisteren kwam ik met pijn in mijn rug thuis van het kolen oogsten. ‘Mijn laptop is helemaal niet goed’, zei Piet met wanhoop in zijn ogen. Een tijdje terug is hij het ding wegens reparatie bijna twee weken kwijt geweest. ‘Wat is er?’, vroeg ik. ‘Mijn mailprogramma is weg, ik kan niet meer typen en internet is ook foetsie.’

Na het eten, dat hij me hoffelijk had voorgezet, ging ik achter de laptop zitten om te puzzelen. Piet wilde dat ik ermee ophield. Maar ik moest en zou het voor elkaar krijgen. Na een half uurtje was het zover: ik had alle instellingen teruggezet. Die maakten Piet zijn eigen acties van eerder die dag, waarbij hij in paniek haast alle programma’s van zijn laptop had verwijderd, ongedaan.

Geen groter cadeautje op een mistige, sombere dag als deze, waar ik als stagiaire weliswaar de stageboeren uit de brand had geholpen, maar me meermalen een sukkel had gevoeld. Ik had een superblije echtgenoot én weer zelfvertrouwen dat ik beter dan de boeren ben in de automatisering. En dat is óók heel belangrijk in het boerenbedrijf!

Voedsel rapen

Deze zomer kwam een jonge, Nederlandse voedselantropologe op ons pad. Ze deed vooronderzoek naar hoe Nederlandse boeren aankijken tegen het fenomeen ‘gleaning’: het na de oogst rapen van overgebleven groenten, aardappels of wortels. Piet is hier de boer en hij staat positief ten opzichte van rapers. Zo dook in de jaren dat we nog pootaardappels hadden steevast een ouder Chinees stel op. Hoe ze het wisten en waar ze vandaan kwamen, dat weten we niet. Maar zodra de aardappelrooimachine uit de schuur was, kwamen ze aangefietst, op hun ienieminiefietsjes, voorzien van oranje vlaggetjes. Ze spraken geen Nederlands, maar wisten het duidelijk te maken: of ze aardappels mochten rapen. En dat mocht altijd. Nu hebben we zelf geen raapgewassen meer.

Inmiddels zijn wij zelf opgeklommen tot rapers. Dat er goed voedsel blijft liggen op het land. We durven het collega-boeren eigenlijk niet te vragen: of we die uien mogen oprapen. Maar op ons verhuurde biologisch land waar mijn stageboeren jaarlijks pompoenen verbouwen, mag het. Na de oogst zijn we daar al rapend te vinden. Wij eten de hele winter pompoen, in plaats van aardappels.

Wendy vond dat mooi om te horen. Ze stuurde haar werkstuk, in perfect en goed leesbaar Engels geschreven, vorige week per mail. De andere boeren die ze heeft gesproken vonden voedsel rapen goed, mits de mensen het vooraf vroegen. Hun motivatie om het toe te staan was vooral dat ze anderen wilden helpen. Een van hen gaf aan huiverig te zijn dat de mensen aangetaste producten mee zouden nemen en er ziek van zouden kunnen worden. Of dat het mensen misschien zou stimuleren de akkers te betreden voor de oogst, wat niet de bedoeling is.

In de scriptie las ik van twee initiatieven voor voedsel rapen in Nederland: een initiatief in Noord-Holland, Stichting Manna Werkgroep Schermer, in 2013 in leven geroepen door Jac Smit. En de Voedseljutters, een sociale onderneming opgericht in 2010 door Noesja Klomberg. Stichting Manna bestaat nog. Het is een liefdadigheidsinitiatief geschoeid op christelijke leest, dat voedsel naar voedselbanken brengt en werkt met vrijwilligers. Vanaf de oprichting tot afgelopen maand juni hebben zij 110 ton aan voedsel herverdeeld. De Voedseljutters bestaan niet meer. Op de top van hun bestaan, in 2013, deden 700 leden mee als voedseljutter en 200 boeren. Die boeren ervoeren het onder meer als ene voordeel dat ze weer eens met echte consumenten aan de praat raakten. Maar Klomberg, die geen subsidie wilde, kon de kosten en de tijd die ze erin stopte helaas niet terugverdienen.

Wendy concludeert dat het belangrijk is om een gezonder organisatiestrategie te hebben, financiële expertise, goed lopende interne processen en bestuurlijke continuïteit om van het voedsel rapen een succes te maken. Eenmalige acties veranderen het voedselsysteem niet. Hoe pakken we dit aan? Ik ga eerst zelf nog eens kooltjes rapen en proberen er in onze kelder zuurkool van te maken. Het is wel heel erg kleinschalig, maar ik zie voorlopig nog geen alternatief!

Voedselverspilling

Louise Fresco zegt het keer op keer: als de landbouw biologisch zou worden, kunnen we de wereld niet voeden. Hoewel ik de cijfers niet ken, weigerde ik dat tot nu toe te geloven. Volgens mij zijn voedseltekorten en honger het gevolg van ongelijke verdeling, die te herleiden is tot vraagstukken als rijkdom en armoede, macht en onmacht, uitbuiting, handel, gebrek aan onderwijs, oorlogen, erosie.

Als stagiaire zie ik dat biologische groenteteelt onderdeel uitmaakt van ‘het systeem’ van voedselverspilling. We zijn op de boerderij witte kool aan het oogsten. De Poolse medewerkers, die samen met de boer snijden, moeten goed opletten: welke kool snij ik wel en welke niet? Normaal mag het afgeleverde gewicht niet onder de 1,2 kilo zijn. De boerin heeft het voor elkaar gekregen dat ze nu ook vanaf 1 kilo mag afleveren, omdat veel kolen aanzienlijk kleiner zijn gebleven dan normaal. Ze heeft het me geleerd: op de wagen op je hand snel ‘wegen’ of een kleine kool 1 kilo is of niet. Wij gooien nog heel veel terug het land op van wat de mannen hebben gesneden. Dit jaar is het beduidend meer dan 15 procent.

Boeren zijn het gewend, al is het natuurlijk niet leuk. Maar ik word er niet goed van. Het is fantastische kool: sappig, prachtig wit, goede smaak. Waarom maakt die verdomde industrie er niet gewoon zuurkool van? Of snijd het, iedereen wil toch voorgesneden groenten? Of als leuke klein-gezinskool: wie in godsnaam maakt er nog zo’n joekel van een kool klaar thuis? Waarom hebben we geen raapcultuur hier? Het is kwaliteitsvoedsel! Verspilling om het terug te gooien. ‘De natuur krijgt het terug’, kun je denken, maar er blijft al heel veel stronk, blad en wortel liggen, de hele winter.

Het is natuurlijk idioot dat ik me druk maak over die resten – het schijnt allemaal bij het vak te horen: a fact of life. Toch verbaast het me dat het met kip heel anders gaat. Wij hebben thuis op de boerderij biologische en scharrelkippen. Wij Nederlanders laten heel veel van die kip liggen, omdat we dat ‘niet lusten’. Maar alles van een kip wordt desondanks verwerkt. In worst, als gehakt, misschien als griezeliger of ongezondere dingen. En de poten gaan bijvoorbeeld naar verre buitenlanden waar ze die als delicatesse beschouwen. Ik vroeg het mijn Piet waarom dat bij kip dan wel kan. ‘Goede vraag’, zei hij, ‘ik weet het niet.’

Ik denk dat het met geld te maken heeft, zoals alles. Maar ook vandaag geloof ik niet dat we de wereld niet kunnen voeden als de landbouw ooit helemaal biologisch zou worden. Eerst maar eens fatsoenlijk leren omgaan met voeding die met veel zorg is geproduceerd.

21-10-15 voedselverspillingEen te kleine kool van 855 gram

Een te kleine kool van 855 gram

Boer en handel

Het boerenwerk mag dan wel eens eentonig zijn, tijdens dagenlang pompoenen laden op de wagen krijg je erg veel mee. Zo ging de afgelopen dagen de telefoon van de boerin nogal vaak. Onhandig, want zoals zij dan zegt tegen de beller: “Ik heb mijn beide handen nodig”. Het lopende bandje raast door en met één hand houdt zij het tempo bij onderwijl haar gesprek voerend. De telefoontjes waren vooral van handelaren in groenten. Kennelijk informeerden ze eerst naar de opbrengsten, zo leidde ik af. Nou, wat betreft pompoenen zijn die matig tot slecht. Het weer heeft niet meegezeten en zo waren er nog wat factoren die wat roet in het eten hebben gegooid. Ik vernam ook dat de gesprekken oriënterend zijn: boerin en handelaar wachten wat de markt gaat doen. De pompoenen gaan sowieso eerst in de warme bewaring. Daar rijpen ze nog wat na en tegen december is duidelijker hoe het er in Europa voor staat en wordt het tijd om af te leveren. Dan worden ze keurig schoon gewassen en op een presenteerblaadje gelegd, bij wijze van spreken. De prijs, die ze maximaal krijgen en die ik hier niet zal noemen, verbaast mij als leek. Maar ik hoorde het Krispijn van den Dries, een jonge biodynamische boer in de Noordoostpolder net op een filmpje zeggen: supermarkten proberen die zo laag mogelijk te houden. En dan zitten er nog handelaren tussen. Bij elke stap moet er geld aan de pompoenen verdiend worden.

Mijn boerin werd laaiend toen er een telefoontje kwam dat de geleverde boerenkool 10 procent geel blad zou bevatten. Ik heb zelf geholpen de kisten te vullen en moet haar gelijk geven: ongefundeerd. ‘En zo gaat dat elk jaar met de boerenkool’, verzuchtte ze. ‘Hoe prachtig het gewas ook is in het begin, nooit is het goed. En later, als het aanbod vermindert en de kwaliteit ook, dan horen we nooit iets.’ Het is allemaal een kwestie van vraag en aanbod. Hoe mooi en lekker je pompoenen of boerenkolen zijn, maakt niet uit. Jammer dat het niet te doen is om zelf die 122 kisten te verkopen. Daar zou je een goede boterham aan overhouden. Maar de boer moet door met oogsten en daarna is er allerlei ander werk.

Romantiek in mijn rug

Ach, heerlijk boerenleven. Twee prachtige dagen gewerkt op de20151002_163346_resized akker. Pompoenen, pompoenen, pompoenen, ik schat vandaag zo’n 28 kisten à 700 pompoenen. Ochtend mistig en fris, en daarna zon, veel zon. Mooie herfstdagen. Anderhalve dag pompoenen van het bandje afgehaald en in de kisten gelegd, een halve dag pompoenen los gesneden en als toetje nog een paar honderd kilo boerenkool geoogst, met stageboerin en haar dochter. Gelukkig werd de boerin ook even helemaal wiebelig. Dalende bloedsuikers. En een stijve, pijnlijke rug. Het is eentonig werk. 20151002_163339_resized

Spannend was vandaag dat ik een wagen met pompoenen met de Lamborghini-trekker naar de boerderij mocht rijden.

02-10-15 BoerenkoolDoordat we heel veel kletsen is het wel gezellig en kom ik en passant van alles te weten over het boerenleven. Ik wist al lang dat het geen romantiek is, al hou ik van buiten werken. Maar dat ritme: geen ontsnapping mogelijk, er kan niet even tussendoor, mijn telefoon blijft in de auto en ’s avonds ben ik moe en ga ik vroeg naar bed. Het mooiste bij-effect van dit alles is een diepe slaap die mijn vermoeide lijf verkwikt, zodat ik om half zeven weer op kan staan. Maar pas weer op maandag. In het weekend sta ik een uurtje later op en ga ik ander werk doen: klaverhoning afleveren en digitale magazines schrijven.