Mier, kolen en pezen

De stageboerin had gegrinnikt, toen ze me belde dat de wittekolen oogst zou beginnen. Toen ik gisterochtend op haar erf verscheen, vertelde ze meteen waarom. Boer Okke moest namelijk lachen toen hij hoorde dat ik aan de lijn was. ‘Jufffrouw Mier’, noemt hij mij – altijd druk-druk-druk. Nou, dat geeft niks, hij heeft zelf ook zijn eigenaardigheden, waarover ik hier vanwege de privacy niet al te veel zal uitweiden.

In mei hebben we witte koolplantjes gepoot, weten jullie nog: 124.000 op één perceel. Nu mochten ze er uit. Het regende af en toe en zoon Jochem jubelde dat kolen een geweldig gewas zijn: als aardappelboeren en andere collega’s niet kunnen oogsten kun je dat als kolenboer wel! We werkten met zijn zevenen: boer, boerin, zoon, drie Poolse uitzendkrachten en ik. De mannen sneden de kolen, legden ze op een bandje dat langzaam meereed en de boerin en ik legden ze achterop de wagen in bakken. De kolen waren soms klein (rond de kilo) en soms heel groot (4 kilo?) en daartussenin zoals ze het liefst verkocht worden: rond de 1,2 kilo. We haalden 16 bakken van het land en ik schat dat in één bak zo’n duizend kolen zitten. De boerin en ik hebben dus samen misschien wel 16.000 zware en lichte kolen door onze handen laten gaan. Zij tweederde en ik eenderde, omdat ik veel langzamer was. En nu komt het: de stadseboerin is wel dapper, maar niet zo gehard: 6.000 kolen bezeerden langzamerhand haar armen. ‘Beetje spierpijn’, dacht ik.

16 bakken met witte kolen, geoogst op 16 september

16 bakken met witte kolen, geoogst op 16 september

De stageboeren weten hoe zwaar dit werk is. Omdat het de eerste dag was, stopten we al om een uur of drie. Dat doen ze altijd bij aanvang van deze oogst. Niet eens moe ging ik naar huis. Daar smeerde ik mijn pijnlijke rechterarm in met een spierbalsem van de kruidenvrouw om de hoek. Piet zag een verdikking op mijn beide polsen, vooral op de rechter. Vanochtend smeerde ik die nog pijnlijke pols opnieuw in. Een zwachtel eromheen voor versteviging en toen naar de boerderij.

‘Hoe is het met je lijf?’, vroeg boerin Carolien, die zelf ook niet pijnloos uit de strijd was gekomen belangstellend. ‘Goed’, antwoordde ik. ‘Maar mijn pols is een beetje dik en ik heb hem daarom ingezwachteld.’ ‘Dan ga jij niet werken’, zei Carolien. ‘Hup, naar de dokter.’ Gelukkig was de huisarts, een co-assistent, niet erg gealarmeerd – het was geen peesontsteking, zoals mijn stageboeren dachten. ‘Overbelast’, zei de medische student, zoon van een Urker visser. ‘Dat werk even niet doen totdat de pijn over is, en dan weer gewoon beginnen.’ Alweer een nieuwe les: je lijf is kwetsbaar als bioboerin en daar moet je heel goed naar luisteren. Wat fijn dat mijn stageboeren goed op hun personeel letten. Want ik zou anders vandaag gewoon aan het werk zijn gegaan. Als een echte juffrouw Mier.

4 Comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s