In de bonen

Het is een groeizame zomer geworden, na een haperend en koud begin. En zo gaat het mij ook, op het pad van de biologische landbouw. Twee maanden wandel ik daar rond en ik sta verbaasd over hoe dat voelt. Ik kan en weet nog niet veel, maar ik voel me veel meer verbonden met de landbouw dan ik ooit was. Mijn stagebedrijf VOF In de Wind is daarbij de motor, maar ook mijn lief Piet. De stageboeren hebben heel veel ervaring, doorleefde kennis en dragen die over.

ONKRUIDBEHEERSING. In dat teken stonden deze eerste maanden. En dat hebben zij helemaal in de vingers. Op het biologisch bedrijf dat we thuis hebben, is dat nog heel anders. Dat contrast is uiterst leerzaam: ik zie met eigen ogen hoeveel het uitmaakt of je alles op het juiste moment doet. Herhaaldelijk schoffelen met een machine, er handmatig direct achteraan gaan met voldoende mensen, zodat het onkruid niet te groot wordt en je moet gaan trekken in plaats van hakken.

Piet heeft 1 hectare biologische strogele bonen ingezaaid. Dankzij een tip van stageboer Okke hebben we daar vooraf de zuring uitgehaald. Piet heeft drie tot twee weken geleden tweemaal machinaal geschoffeld. En sindsdien zijn we bijna elke dag ‘in de bonen’. Hoofdzakelijk met zijn tweeën en dat is precies onze makke. HET GAAT VEEL TE LANGZAAM WANT HET ONKRUID ZIE JE GROEIEN! Desondanks zijn we trots: tachtig tot negentig procent is nu schoon. Met uitzondering van één plek waar het stikt van de distels en waar het perzikkruid over de bonen heen groeit.

Okke zocht ons gisteren even op, want hij was even verderop pompoenen aan het schoffelen. Hij is een man van one-liners en dat is lekker duidelijk. Het gewas vond hij er gezond uitzien. Maar het onkruid was ons boven het hoofd gegroeid, vond hij. Dat begint al bij de voorbewerking. Sommige biologische boeren zweren ploegen helemaal af, omdat het de bodem te veel overhoop haalt en vooral bodemdieren zoals wormen verstoort. Maar volgens Okke beheers je onkruid er soms beter mee. ‘Je kunt wel veel wormen hebben’, zei hij gister, ‘maar wat heb je eraan als je geen opbrengst van je land hebt?’ ‘Wormen gaan verkopen’, zei ik, toch wel snedig.

En zo gaat zo’n gesprek: van opbrengst en verdiensten tot arbeid en uren werk, en of dat haalbaar is of niet. Want als biologisch boer wil je toch ook nog wel eens een boek kunnen lezen. ‘Of niet soms?’, aldus Okke.
Als je ziet hoeveel werk die ene hectare boontjes ons heeft gekost, dan moet je vaststellen dat het zo niet kan. Mijn les: er moeten mensen bij en je moet het niet met uurtjes doen, maar gewoon in een of twee dagen erdoorheen. Volgens Okke moeten de bonen bovendien verder uit elkaar gezaaid worden, zodat het oppervlak dat je met schoffelmachine schoonmaakt minstens een derde groter is. Piet had ze juist dichter opeen gezaaid opdat het perceel eerder vol zou groeien. Ik neig nog wat meer naar Okke zijn oordeel. En dan eerder machinaal schoffelen met een bladbeschermer opzij.

Ondertussen vind ik het helemaal niet erg: we leren immers door te ondervinden. Maar die laatste plek met distels en perzikkruid? Die gaat Piet wegmaaien. Dat is vanochtend besloten. Die uren renderen absoluut niet. We zijn in de bonen geweest!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s