Fruitteelt in het Hoge Noorden?

Het is zover: we zijn begonnen met de aanleg van onze appelboomgaard. De loonwerker heeft boomstroken gespit en gefreesd en maakte plantgaten. Daarna hebben we samen met hem en onze vakantiemedewerker Gijs boompalen neergezet. Eind oktober hebben Piet en ik 8 km draden gespannen tussen de palen. Daar hebben we 3700 bamboestokken aan gehangen, steunpilaartjes voor de boompjes. Een klein deel daarvan hebben we geplant.

Biologisch en schurft-resistent

We planten een productieboomgaard aan. Biologisch. Dat betekent niet dat we hoogstambomen, of oude rassen aanplanten. We kunnen daar geen inkomen uit halen (bewerkelijk snoeien, lastig af te zetten). We kiezen voor 2 rassen appelrassen (Santana met als bestuiver Natyra) die behoorlijk bestand zijn tegen schurft. Want ook biologische appels moeten er tegenwoordig onberispelijk uitzien.

‘Kleine’ boomgaard

Veel mensen reageren verbaasd op ons verhaal: kun je in Noord-Groningen fruit telen? Maar natuurlijk kan dat! Er zitten er al enkelen, onder wie Wirtjo Molema. Die maakt zelfs wijn. En niet te vergeten fruitteeltbedrijf Oudebosch in Niehove. Een grote boomgaard, van tientallen hectares. En in Loppersum had je vroeger de fruitteelt van Cor en Trineke Glas (jawel, familie!). Wij planten nu slechts anderhalve hectare appelbomen aan. Ze hebben een ‘dubbeldoel’: beschutting bieden voor onze biokippen en een extra pootje onder het bedrijf om levensvatbaar te kunnen zijn, nu we nog maar op krap 30 hectare boeren.

Vroeger veel fruit in Loppersum

Loppersum en omgeving kennen geen bedrijfsmatige boomgaarden. Maar dat er geen bomen zouden kunnen groeien? Vraag het maar eens aan de pomologen in de buurt. We hebben zelf oude kadasterkaarten via hisgis.nl uit 1832 bekeken. Daarop zie je dat het in en rond het dorp Loppersum bezaaid lag met boomgaarden. Alle groene perceeltjes zijn boomgaarden.  Later werd Loppersum bekend vanwege de fruitveiling Pomona en vooral de bessenteelt. Dit is allemaal weg!

Loppersum met boomgaarden

Elke boerderij zijn eigen boomgaard

Ook is te zien dat elke boerderij zijn eigen boomgaard had. Die gaarden lagen direct om de boerderij en waren klein: het fruit zal vooral, zoals gewoonlijk was, voor eigen gebruik zijn geweest. Ook konden koeien en schapen er in de zomer beschutting tegen de zon vinden. Het gekke is, dat onze Eikemaheert, als enige van al die boerderijen, geen boomgaard lijkt te hebben gehad. Al was er wel een ‘appelhof’ over de gracht tot vlak na de oorlog.

Eikemaheert zonder boomgaard

3.750 boompjes

Dat gemis compenseren we alsnog. Onze boomgaard komt rechts achter de boerderij. We hopen dat onze 3.750 laagstamboompjes veel CO2 gaan wegvangen. En dat we ze goed aan het groeien krijgen. En dat er mooie appels aan komen. En dat de markt voor appels niet totaal gaat inzakken, zoals vele fruittelers denken, reden waarom ze nu peren gaan aanplanten.

 

 

 

Van school naar de boerderij

In een periode van weinig schrijfopdrachten overwoog ik in het dorp een lunchroom te beginnen in de slagerij die nog altijd te koop staat. ‘Dat leidt je af’, vond een vriendin. ‘Samen een boerderij runnen, dat is toch je droom? Je hebt in agrarisch opzicht zo’n achterstand op Piet. Zorg dat jij alles van biologische landbouw af weet!’ Na het bezoek aan een open dag op Warmonderhof schreef ik me  in. ‘Te veel om op te noemen’, noteerde ik de eerste schooldag, gevraagd naar wat ik verwachtte te leren. ‘Biologisch werken, onkruid beheersbaar houden, vermarkting, bodemgezondheid, contacten opdoen etc etc.’

Veel méér heb ik de afgelopen twee jaar voorbij zien komen, op school en tijdens stages. Ik heb me verdiept in de tuinbouw, werkte in de vollegroenteteelt en in de fruitteelt. Ik kan trekker rijden, cultiveren, maaien, schoffelen en een beetje ploegen. Maar méér dan aan harde kennis en praktische vaardigheden heb ik misschien wel gehad aan het leren kennen en leren kijken naar mensen en hun bedrijven. Fascinerend: geen boer en geen bedrijf zijn het zelfde.

Tijdens de opleiding werkten we aan de plannen voor onze eigen bioboerderij, op 29 hectare rond onze monumentale kop-hals-rompboerderij. De kern van ons bedrijf, Eikemaheert, worden bio vleeskippen. Na een biofruitcursus besloot Piet dat hij de kippen onder appelboompjes wil laten lopen. Ik liep stages in de biologische fruitteelt. Tijdens de economielessen ben ik gaan werken aan een ondernemingsplan. We hebben dit voorjaar samen houtwallen met tien inheemse heestersoorten aangeplant, groenbemesters gezaaid. De bestaande kippenschuur is opgedeeld en gemoderniseerd.

Warmonderhof heeft me de bagage gegeven om de belangrijkste leerfase in te gaan: boerin zijn. Leren omgaan met mijn valkuilen. Fouten durven maken. In mezelf, Piet en ons samen vertrouwen. Incasseren en weer doorgaan. Sparren. Input geven. De boerderij runnen op een manier die ons beiden de ruimte geeft om te doen wat we leuk vinden en waar we goed in zijn. De laatste twee excursies van school vanmiddag liet ik schieten. Ik reed na het examen Nederlands, dat je hier nu zit te lezen, direct naar Loppersum. Om half één vanmiddag ontvingen wij onze eerste eendagskuikens. Ik ben biologisch boerin!

Topjes en dalen

Lieve mensen, soms weet ik niet of wat me bezighoudt wel geschikt is voor mijn blog. We zijn een bedrijf aan het opstarten en daarvan wil je soms niet alle details melden. Als klant wil je de sores van je boerin niet horen: je wilt gewoon mooie, eerlijke bloemen of een heerlijke kip en even genieten van de rust op de boerderij.

Achter de façade van onze mooie Groningse herenboerderij is het deze maanden wel eens wat sombertjes. Piet fluit nog veel, maar ik zit soms in zak en as. Schrijf een financieel plan en zie hoe die boerderij een bodemloze put is waar mijn spaarcentjes in verdwijnen. Werkte met Piet en Christian Kolk aan de landschappelijke inpassing van onze kippenuitloop annex boomgaard. Wat trouwens een prachtig plan heeft opgeleverd.

Maar het gepraat met Gemeente en Provincie heeft meer dan een half jaar geduurd. En toen pas konden we de benodigde vergunning aanvragen. Die is nu in behandeling. Er komen aanvullende vragen en verzoeken vanuit het bevoegd gezag. We hebben tal van dure adviseurs nodig om dat allemaal in goede banen te leiden. En zo is er ook onze mestproblematiek, offertes van energie- en telecombedrijven, asbestsanering enzovoorts. En de klaverzaadoogst, die toch weer is tegengevallen. Ik moet er nu maar niet aan denken dat ik nog jaren onder de bijstandsnorm ga verdienen.

20170215_160056_resizedGelukkig loop ik behalve thuis ook stage bij een fruitteler in Marknesse. Piet heeft het goed gezien: die fruitteelt is wel wat voor mij. Ik kan hele dagen snoeien zonder met mijn gedachten af te dwalen: ik ben totaal gericht op de goudreinetten en golden delicious en voel me er heerlijk, of het nu koud is of de zon schijnt. Jan Willem is heel erg rustig en vertelt me van alles. Nu ben ik degene die thuis oppert: “Piet, zullen we er ook nog een stuk peren bij gaan telen?”

Inmiddels zijn we achter de kippenschuur begonnen met wilgjes te planten, voor de uitloop. Als doende voel ik weer waarvoor we dit doen: een boerderij vormgeven waar we natuur en cultuur (lees landbouw) proberen te laten samenwerken. Het kost me op dit moment veel energie, vooral mentaal, maar het gaat vast heel bijzonder worden. Wij zijn in ontwikkeling, en dat gaat met ups en downs.

Als een boer niet klaagt…

‘Als een boer niet klaagt, dan is hij ziek.’ Een oud spreekwoord. Is het waar, of niet?

Fosfaat en stikstof

Nu, er zijn boeren die altijd klagen en mopperen en er zijn er die het minder doen. Ik heb me wel eens verbaasd over al dat gemopper. Maar als boerin-in-opleiding krijg ik er ook een toenemende behoefte aan. Zo probeer ik de afgelopen dagen zicht te krijgen op hoeveel mest die een vleeskip produceert, hoeveel stikstof en fosfaat daar in verdwijnt en hoeveel de kip van die stoffen binnenkrijgt. Nergens, maar ook nergens heb ik een overzicht kunnen vinden. Met cijfers die ik overal vandaan heb, kom ik er op uit dat vleeskippen via het voer een veelvoud stikstof en fosfaat binnen krijgen ten opzichte van die in de vastlegging in vlees en mest. Er moet iets niet kloppen in mijn berekeningen, maar ik kom er niet achter.

Brief en bekeuring

Ik heb vijf dagen achtereen gebeld met een instantie die me informatie moet geven over het instandhoudersrecht. De vijfde dag, vandaag, kreeg ik de dame die er over zou gaan aan de lijn. Die verbond me door met een andere afdeling waarvan de desbetreffende official mijn vraag evenmin kon beantwoorden. Nu ben ik een mail aan het opstellen waarin mijn vraag puntsgewijs wordt uitgelegd. En dan de gemeente. Die komt maar niet over de brug met een brief waar we al vijf weken op wachten. ‘Dat moet je zelf eens doen!’, ga ook ik dan denken. Bekeuring hier, boete daar, ernstige vertraging…

Zelf mopperen

Deze week heb ik lekker zitten mopperen met twee oudere bioboeren na een overigens zeer interessante lezing van Rene Groenen van De Groenenhof over zaadvaste rassen. Dat zijn planten die hun eigenschappen behouden als je het zaad ervan wint en weer uitzaait. Steeds meer zaden zijn hybride: vader en moeder van de zaadjes zijn geselecteerd op bepaalde eigenschappen, na kruising heeft de nakomeling gewenste eigenschappen, maar diens zaad is onvruchtbaar of geeft zeer rommelige nakomelingen. Dat alles in het belang van de multinationale zaadhandel, want je moet elk jaar nieuw zaad kopen.

Jagers en verzamelaars

Het gemopper met de beide heren nadien was erg vermakelijk. De een kwam er al snel op uit dat alles mis is gegaan toen we van jager-verzamelaar overgingen op landbouw. Hadden we nooit moeten doen. We zijn de wereld gaan overbevolken, de natuur gaan ruïneren en elkaar dwars gaan zitten. De ander zag het omslagpunt in de jaren zeventig liggen. Eigenlijk vormden die in onze beschaving een soort hoogtepunt, daarna raakten  we steeds dieper verstrikt in het het strakker wordende web van de bureaucratie en multinationals die de dienst uitmaken. 

Lachen om jezelf

Waarom toch dat gemopper? Het moet een soort uitlaatklep zijn. Als je het niet doet slaat de ellende naar binnen en raak je burn out. Gelukkig konden we hartelijk lachen om onszelf. Dat moet ook, de wereld draait door en je moet er je eigen plaatsje in vinden. Zo werd na al mijn gereken en andere muizenissen mijn dag gisteren goedgemaakt door de heerlijke oude rassen appels die een pomoloog uit de buurt me had geschonken, en waar ik een Piemontese appeltaart van bakte. En ’s avonds verblijdde Piet me met een van onze kippen die haar onvrijwillige levenseinde had bereikt. Ik heb haar en hem bedankt door het kipje te bereiden in rode wijn, met verse zelf geteelde kruiden uit de tuin en uien van de buurman. Stikstof en fosfaat bestaan dan even niet meer.

Dwalen in Dronten

Ik voel me er al een beetje thuis. Wie had dat ooit verwacht? Flevoland, het saaie nieuwe land… leeg en strak, rare wegen die in vierkanten gaan. Vorig jaar kwam ik alleen in Dronten voor de lessen op Warmonderhof, tweewekelijks twee dagen. Maar ach, de enige uitstapjes die ik er maakte was naar de Landbouwhogeschool (CAH Vilentum, in moderne taal), op bedrijfsbezoek bij een enkele boer, een afleveradres voor onze Fries-Groninger witte klaver en de aanschaf van een of andere voor de bioteelt geschikte machine.

Marianne Thieme en Evelina’s

2-11-16-dronten-boomgaard

Oogst in de Warmonderhof Boomgaard

Dit jaar is alles anders. Ten eerste bezocht Marianne Thieme CAH Vilentum. ‘In het hol van de leeuw’, zei de inleider nog. Omdat het format niet toestond dat we vragen stelden, viel dat mee. Ten tweede bleef ik sinds september in de lesweek nog twee of drie dagen extra in Dronten om kennis te maken met de fruitteelt. In de Boomgaard van Warmonderhof, nu eigendom van een grote biologische akkerbouwer, heb ik appels geplukt. Gezellig werk met veel wat oudere plukkers. Het was prachtig weer als ik er was: zacht. Soms moesten we alles wat rood en groot was, soms alles van de bomen halen (laatste pluk). Santana, Topaz, Evelina en een bestuiver die geheimzinnig ‘251’ genaamd is. Ik zie de logistiek voor me, heb zelfs wat bestellingen mogen klaarmaken en snap wat er nodig is aan menskracht en hulpmiddelen om de boel gesmeerd te laten verlopen.

Kwalitaria en Rederijkers

De avonden moest ik zien door te komen. Zo ging ik een keer ‘eten’ bij de Kwalitaria, vlak naast de Meerpaal, die ouderen onder ons nog wel kennen van Ria Bremer’s ‘Stuif ’s In’. Vreselijk vond ik dat programma als kind, maar ja, er was niks anders op tv. De Meerpaal en de Kwalitaria liggen beide aan een rechthoekig plein, vernieuwd en erg nietszeggend. De wat smoezelige pizzeria achter dat plein bakt gelukkig heerlijke pizza’s. Daarnaast heb ik heb enkele mensen opgezocht die ik kende van een lezing die ik twee jaar terug hield voor de Drontense Rederijkers. Alleraardigste ontmoetingen. Een stel noodde me uit voor de stamppot boerenkool, wat zeer gastvrij was. Ik ontmoette bij hen nog een oude voorlichter, die in de jaren 70-80 mijn schoonvader nog heeft geadviseerd over de akkerbouw. Deze heer was afgelopen zomer in zijn oude werkgebied op vakantie geweest en kent werkelijk elke boerderij op ons mooie Hogeland. We namen alles en iedereen door, en ik voelde me thuis.

Lekker efficiënt

Geplukte appels

Geplukte appels

Als ik ’s ochtends ging appels plukken, schenen de vierkante wegen me niet onaardig toe in het heiïge ochtendgloren. Lekker efficiënt voor een arbeider in de landbouw. Ik was blij dat ik kon gaan werken, anders had ik me verloren en misplaatst gevoeld. Dat rechte… Ik moest verschillende keren denken aan de pioniers van de Noordoostpolder. Aan verhalen over dames die vooraf kwamen controleren of de echtgenotes van de kandidaten voor een stuk land hun was wel netjes in de kast hadden liggen. Het is besmettelijk, zo’n gedachte: toen ik maandag na twee weken van omzwervingen weer eens mijn eigen huishouden bestierde, zag ik mezelf ineens de washandjes in een keurig rijtje leggen. Of kwam het door die rechte lijnen in de polder?

Groninger losbol

Op een van mijn eenzame avonden had ik voor de verandering een date met mijn echtgenoot Piet. Die had bedacht dat we bij een voormalig fruitteler naar tweedehands palen, stokken, machientjes en karretjes moesten gaan kijken. Ik reed zelf naar het adres, via voor mij nieuwe vierkante wegen, en was enorm blij mijn Groninger losbol daar te treffen. Na het bezoek troonde ik hem mee naar mijn pizzeria. Warempel: ook Piet genoot van die lekkere pizza en we namen beiden een Dame Bianca na. En we waren tevreden en verliefd. Dat allemaal in Dronten.

Bevrijd van het juk

Kippen in de Fruittuin van West: nergens bang voor

Kippen in de Fruittuin van West: nergens bang voor

Aan de Knooplaan, waar ik werk, zit een zooitje fruittelers op een kluitje en dat oogt wel gezellig. Je ziet er soms eentje langs joggen – die is dan al klaar met de oogst. Zo’n jogger kan niet ongezien langs rennen. Een van hen is ontsnapt en heeft nu ‘de Fruittuin van West’ bij Amsterdam. Zijn naam zong erg rond in ‘mijn’ boomgaard, die van hem was. Vorige week vrijdag zocht ik hem in zijn stadse fruittuin op om hem dat te vertellen en te kijken naar zijn kippen in de boomgaard. Ook hij zat nu niet midden in bruisend Amsterdam, maar op de stoep van zijn fruittuin stond om 10.00 uur al een schoolklas met 25 kids op de stoep. De Amsterdammers hadden de appels reeds van de bomen geplukt en de kippen renden mij enthousiast tegemoet, wat ze bij ons thuis nimmer doen. Ik voelde me hier wel een beetje bevrijd van het vierkante, efficiënt juk, dat onzichtbaar op mijn schouders rustte. Maar de volgende keer ga ik met zin weer naar Dronten. Dat zal in de winter zijn, dan ga ik leren snoeien. Alles heeft zijn charme en ik geniet van mijn avonturen.

Verder met de bloemen

Inmiddels is het alweer oktober, is de Warmonderhofopleiding alweer in volle gang en is het nu ‘herfstvakantie’. Op de boerderij is nog niet al het werk klaar. Bovendien zijn er nieuwe, noodzakelijke stappen gezet om onze plannen voor buitenloopkippen in de boomgaard verder vorm te geven. We hebben een tuin/landschapsarchitect gevraagd de plannen mooi in te passen in het landschap. We zien uit naar de eerste schetsen, in november. Kunnen er voorlopig niet méér over zeggen, vanwege overleg met de gemeente, maar het wordt best een inspirerende verrassing, ook voor ons.

Spitten

Wortel van chicorei, die ook in de bloemenrand groeide en de bodem losmaakt. Cochorei is familie van de andijvie en bloeit met mooie blauwe bloemetjes aan lange stelen.

Wortel van chicorei, die ook in de bloemenrand groeide en de bodem losmaakt. Cichorei is familie van de andijvie en bloeit met mooie blauwe bloemetjes aan lange stelen.

Luzerneplanten. Ze zaten me deze zomer wat in de weg tussen de bloemen, maar nu ben ik er blij mee.

Luzerneplanten. Ze zaten me deze zomer wat in de weg tussen de bloemen, maar nu ben ik er blij mee.

De afgelopen weken heb ik een stuk van de bloemenstrook voor de boerderij met blote handen omgewerkt. Ik droomde aanvankelijk van een bedrijfje dat ik zou vragen bedjes te frezen, maar eigenlijk zijn ze daarvoor wat klein en is de rand er omheen nu nog zo smal dat een trekker er slecht kan draaien. Er zat niets anders op om zelf te spitten: 4 akkertjes van 1.20 breed en 8 meter lang. Niet enorm veel, maar de klei was erg droog. Gelukkig, zag ik, heeft de grond wel wat baat gehad bij de luzerne en klaver die in het bloemenmengsel waren mee gezaaid. Vooral luzerne (de plant die we als kiemplant kennen onder de naam alfalfa) wortelt diep en fors. Beide plantensoorten brengen stikstof in de bodem. Ik heb eerst compost aangebracht en de planten en wortels door het spitten losgemaakt en in de bodem gewerkt.

Planten delen

De bloembedden met het zicht richting Stedumerweg.

De bloembedden met het zicht richting Stedumerweg, twee stipjes aan de horizon zijn onze dampalen.

Ik had een dikke stok achter de deur: deze week mag ik op twee biologische bloemenakkers planten helpen delen en zelf wat meenemen. Het gaat om vaste planten, een welkome aanvulling op de eenjarigen en veldbloemen. Ze verlengen het seizoen. Straks ga ik alvast op weg naar mijn logeeradres in Zevenhuizen, zodat ik morgen niet in de file sta en op tijd kan beginnen bij De Bloemenakker. Ga helpen bij een stukje van de verhuizing van de kwekerij naar een andere stek, bij Rotterdam, en zal ook samenwerken met een andere Warmonderhofster die de stadslandbouwopleiding doet. Overmorgen naar De Bijenakker in Odijk. Maaike heeft me afgelopen zomer aangeboden in oktober langs te komen en mee te nemen wat ik leuk vindt. Ik vind het zo aardig van mijn nieuwe collega’s! Het is overigens een twee- of driejaarlijks terugkerend fenomeen met vaste planten: je moet ze delen en verplaatsen, zodat ze zich verjongen en goed blijven groeien en bloeien. het planten delen heeft bij de collega’s echter dus nog een extra betekenis!

Regen en dan planten!

Woensdag schijnt het te gaan regenen en dat is erg welkom. Ik ben vrijdag, na nog twee stops in Brabant en Limburg, terug van mijn reis door het land en ga dan aan het planten. Zal niet meevallen, want de bodem is nog vast, maar hopelijk maakt de regen haar ietsje soepeler.

Boerderij voortaan niet te missen

Vroeger stonden er bij onze boerderij twee grote, witte trekkerbanden aan de lange oprit. Later, nadat vandalen bezig waren geweest, was er nog één, maar ook die is sinds jaren verdwenen. Ondertussen konden velen onze boerderij niet goed vinden, zeker niet in de winter, als het donker is. Een fatsoenlijk nummerbord staat er ook niet en de TomTom wijst niet altijd de juiste boerderij aan. De krantenman had heel pro-actief zelfeen reflecterend stickertje op de brievenbus geplakt, om in het donker op tijd rechtsaf te kunnen slaan.

Koekkoekspalen

Bij een Groninger boerderij horen dampalen: van die betonnen, stenen of gietijzeren palen die de oprit markeren en waaraan soms een hek aan was bevestigd. Als ik weer mopperde over de slechte zichtbaarheid van de inrit, zei Piet dat hij de trekkerbanden niet terug wilde zetten, maar echte dampalen wilde. De volgende vraag was: hoe kom je er aan, hoe moeten ze er uit zien, van welk materiaal? Ouderwetse dampalen nieuw namaken? Dat was het niet. Toen Piet het werk van kunstenaar Herbert Koekkoek uit Thesinge zag, wist hij het: hij wilde Koekkoekpalen. Herbert werkt met cortenstaal: roestend staal dat er robuust en eigentijds uitziet.

Wybertjes

Herbert Koekkoek plaatst de dampalen.

Herbert Koekkoek plaatst de dampalen.

Vorig jaar hebben we met Herbert om de tafel gezeten. Onze dampalen moesten groot en stevig worden, vond hij. Want het land is ruim, de boerderij groot en kleine palen vallen weg in de omgeving. De vraag was verder wat die palen moesten uitbeelden. We hebben wat gefilosofeerd over graan, kippen, klavers en bloemen, maar Piet en ik werden er niet enthousiast van. De palen moeten ons gaan overleven, monumenten worden, dus ‘plaatjes’ die naar ons eigen werk en leven verwijzen, vinden we onvoldoende ‘houdbaar’ voor de toekomst. Op een nacht bedachten we dat een perceel land het meest toepasselijk is. Beeldend kunstenaar Leen Kaldenberg had in 2007 voor onze trouwkaart zo’n perceel geschilderd, knalgeel: bloeiend koolzaad. In overleg met hem is diezelfde vorm bovenop op de damspalen gekomen, ietwat naar voren geheld. Nu zie je twee percelen in perspectief. Heb je eenmaal zulke wybertjes gezien, is onze ervaring, dan neem je ze overal in Groningen waar, vooral als je vanaf een wierde over het boerenland kijkt.

Onthuld

Onthulling door Leen Kaldenberg op 14 augustus 2016

Onthulling door Leen Kaldenberg op 14 augustus 2016

De palen hebben nog niet het uiterlijk dat ze binnenkort krijgen: ze moeten nog gaan roesten. We hopen in elk geval dat vanaf vandaag de palen niet alleen vindbaarheid van de boerderij verbeteren, maar ook een bijdrage leveren aan (het kijken naar) het Groningse landschap. Leen Kaldenberg heeft vanmiddag de dampalen onthuld. We danken hem en Herbert Koekkoek voor het tot stand brengen van deze bijzondere markeringspunten.